Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Holland terug met twee blokken hout. De rest blijft liggen en ligt er nog; 'k zal ze jullie straks wijzen!"

Roland heeft met open mond zitten luisteren.

„Die domme blanken! Ze moeten nodig nog wat van ons zeggen!"

„Nou ja," zegt Max, „maar zulke stommiteiten zullen toch niet overal en altijd zijn uitgehaald. Op school heb ik geleerd, dat de grote moeilijkheid voor het houtbedrijf deze is: de bruikbare bomen staan zó ver van elkaar, dat ze telkens weer een nieuwe lijn moeten kappen, om één boom uit te slepen; en dat maakt de zaak te duur!

„Je hebt gelijk," geeft de bootsman toe, „dat is juist het ongeluk bij het geluk. We hebben zo veel en zo kostbaar hout, dat iedereen ons benijdt, maar 't staat zo door elkaar, dat we er niks aan hebben. En om aan te planten zodat dezelfde bomen in bossen bij elkaar staan bijwijze van plantage, kost te veel geld! Suriname is arm, heet het altijd, jawel, rijk en arm tegelijk! De enigen, die er nog wat van profiteren zijn de stropers!"

„Stropers? vroegen Max en Ro tegelijk.

„Ja, stropers; waarvoor denk je dan, dat hier behalve een gewone politiepost ook nog een bos-politie zit?"

,,'k Dacht, dat die er alleen was voor de balata-stropers," zei Max.

„Ook, maar er wordt hier meer hout dan balata gestroopt.

De jongens wilden nog heel wat vragen hierover, maar ondertussen was de barkas bij Tropica gekomen en had de stuurman al zijn aandacht nodig, om aan de steiger te meren.

Omdat men geen landing verwachtte, was daar geen werkvolk aanwezig, alleen maar een opzichter, die de meegebrachte post aanpakt en vraagt, of er in Nickerie nog nieuws is. Op de jongens let hij niet; zeker 'n paar vrindjes van den motorist of den bootsman, die na lang zeuren ook 'n keer meemogen!

Roland vraagt, of ze aan wal mogen: hij heeft een kameraad, die hier werkt en wil hem groeten.

„Ze zijn op 't ogenblik allemaal in 't bos," zegt de opzichter, „wien moet je hebben?"

„Dien jongen van Galjard!"

„Dien vlegel! Die speelt meer dan-ie werkt; misschien dat je dien wel thuis vindt. Ga maar 'ns kijken!" en hij wijst naar een rij arbeidershuisjes.

Sluiten