Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Max en Ro hoopten in stilte, dat die oom van Freddy niet thuis zou zijn; onder elkaar zou 't veel leuker wezen. Voorbij de laatste hut gekomen, liep hun gids nog steeds door, het bos in.

„Man," fluisterde Max, „hij houdt ons voor den gek! Hij brengt ons weer net zo rustig buiten het kamp, als we er in gekomen zijn.

De jongen keek lachend om. „Wees niet bang, d'r komt nog een klein kamp; meester noemt het Washabo II, daar woont Prince.

Nu lachten ze alle vier; het ijs was gebroken en de jongen begon in tamelijk vlot Neger-Engels te vertellen. Ze hebben 'n heel lange vacantie; meester is naar de stad en komt pas in November terug; veel mensen zijn ziek, koorts en nog eens koorts.

„En bijna alle hutten waren leeg," zegt Roland verwonderd. De jongen haalt z'n schouders op. „Ze zijn het bos ingegaan; straks

komen ze weer terug; ze zijn bang!

„Bang?" vraagt Max; „waarvoor zijn ze bang? Voor ons toch zeker met ?"

„Voor den dokter! Ze vrezen, dat de dokter hen weer komt halen, zoals enige jaren geleden; en telkens, als ze nou 'n barkas horen, denken ze, dat het de dokter is en kruipen ze weg in 't bos.

„E, è," zegt Roland en vertelt aan Freddy, wat een paar jaar geleden gebeurd is, toen Freddy nog niet in Nickerie woonde.

Toen was bijna heel Washabo ziek, 'n soort malaria. Op verzoek van de politie was de dokter opgegaan; maar deze had verklaard, de mensen zó niet te kunnen genezen. De meesten waren ondervoed en weigerden de geneesmiddelen te gebruiken. De ergste zieken moesten naar Nickerie gebracht worden en daar minstens zes weken in 't hospitaal blijven; daar alleen konden ze voldoende verpleegd

en gevoed worden.

De Districts-Commissaris had hen toen met twee barkassen laten halen; 't had nog heel wat moeite gekost, om ze mee te krijgen. Onderweg stierf een kindje en de eerste nacht in 't hospitaal nog een vrouw en een jongen; de anderen waren beter geworden. De dokter zei: als ze niet naar Nickerie waren gekomen, zouden ze allemaal zijn gestorven. De Indianen zeiden: in 't kamp waren we allemaal beter geworden; die drie zijn gestorven, omdat ze naar Nickerie moesten! Nu bleek de angst voor Nickerie er nog zo diep in te zitten, dat ze telkens in 't bos kropen, zo ziek als ze waren!

De jongen haalde weer zijn schouders op. „Ik zou niet bang zijn,

Q

Jong Suriname op avontuur.

Sluiten