Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Freddy blijft nee schudden, ook als Max zegt, dat hij deze gelegenheid niet ongebruikt moet laten enkel terwille van hem. Max zegt dit overigens zonder veel overtuiging; natuurlijk, hij meent het en zal blij zijn, als Freddy uit Nickerie verlost is; maar op 'togenblik komt het toch wel wat erg ongelegen. Hij heeft nu al genoeg van de Indianen gezien, om te begrijpen, dat ze daarvan niets te verwachten hebben. Zonder Freddy en Cornelis hier blijven lokt hem niets aan; terugkeren naar Nickerie nog minder. Daarbij: hij kent Freddy's bescheidenheid; wanneer hij al te sterk aandringt op heengaan, zal het Indiaantje denken, dat ze hem kwijt willen zijn. En dat mag in geen geval, want dat is zeker niet waar! 't Is een moeilijke kwestie!

Ineens schrikken ze op, als Roland opgewonden: „Max!" schreeuwt. Zijn ogen schitteren, z'n gezicht verraadt de uiterste spanning. „Man, ik heb het gevonden! We willen toch allebei naar de stad; nou dan gaan we binnendoor; mee naar Wayombo en vandaar door de Coppename en Saramacca, net zoals de barkassen wel eens doen, binnendoor van de stad naar Nickerie of omgekeerd! Wat zeg je daarvan?"

Max zit zijn vriend met grote ogen aan te kijken en is voorlopig niet in staat er iets van te zeggen. Naar de stad? Ja, hij had dat wel gezegd en hij wilde wel ook, maar nu het hem als 't ware zo in de schoot geworpen werd, schrok hij er van. Naar de stad ? Moeder zoeken! En dan? Zou vader het goed vinden? Naar de stad? Niet gewoon met de koloniale zeeboot, maar door de bossen en langs de rivieren! Hoe lang zou die reis duren? En hoe moesten ze eten onderweg?

Cornelis en Freddy, die nu pas van stadsplannen hoorden, begrepen Max' stilzwijgen niet. Als ze toch allebei naar de stad wilden, dan lag het toch voor de hand, dat ze zouden doen, zoals Roland voorstelde. Deze was nog even opgewonden. „Toe Max, doe het nou! Dat gaat een fijne reis worden; Cornelis' vader vindt het zeker goed; Freddy kan dan naar Wayombo; we hoeven hier niet alleen te blijven; als Natiman nog komen zou, komt-ie lekker voor niks en wij zitten in de stad; ik om werk te zoeken, jij om...... nou, ja, dat

weet je wel!"

Langzamerhand begon Max zich met het plan te verzoenen. „Als Cornelis' vader het maar goed vindt!"

Sluiten