Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die zo vroeg zouden vertrekken! Hij zou ze expres laten slapen en dan in de boot gaan zitten en hen daar opwachten met een: „O zo, zijn jullie daar eindelijk!"

Zachtjes maakt hij zijn hangmat los; maar wat is dat? Wat ligt daar op de grond, geen twee stappen van hun kamp? Hij heeft veel slangen gezien, maar zo'n monster! Het ligt precies met zijn brede muil naar hem toegekeerd; verroert zich niet, lijkt wel te slapen. „Allemachtig", bromt Max, „m'n kop er af, als dat geen boa is! Dat monster heeft zeker een of ander beest opgeslokt en ligt nou te vegetéren!" Scherp tuurt hij door het struikgewas; jawel, 't is zo, een meter verder kan hij het slangenlijf weer zien; daar is 't geweldig opgezet, 'n reuze-bobbel; het overige kan hij niet zien, maar weet, dat boa's wel drie of vier meter kunnen worden. Wat nou? „Max, slang", zegt hij in zichzelf. Zou dat ondier daar de hele nacht gelegen hebben? Vlak bij hun kamp? Zou hij de anderen roepen? Maar dan heeft-ie kans, dat de boa wegkruipt! Zou hij het niet alleen kunnen? Waarmee? Een houwer is gevaarlijk; daarmee moet zo'n monster minstens tien slagen hebben, voor-ie „door" is en in die tussentijd kun je al heel wat klappen van het kronkelende slangenlijf te pakken hebben, om van een stevige beet nog niet eens te spreken! De bijl? Een geweldige slag in z'n nek? Dat was te proberen!! Het beest zou zonder kop nog wel spartelen en kronkelen, maar dat zou wel uitsterven en dan, dat vrachtje in z'n maag zou toch wel wat remmen!

Ondertussen is Max al zachtjes aan 't praten, zoals hij altijd doet in zulke gevallen. „Zo boy, kom je ook 'ns kijken? Dat is goed; je bent een zoete jongen, hoor! Je wou zeker 'ns voelen, hoe scherp een bijl is? Als ik je daar pleizier mee kan doen, wacht dan maar even!"

Onderwijl heeft hij achteruit lopend de bijl gepakt, die altijd 's nachts klaar ligt en nadert het monster. „Zo, nou zoet blijven liggen hoor, dan zullen we 'ns kennis maken; ik had je nog nooit gezien; jij mij zeker ook niet! Nee, boy, als je me kende, was je liever in een ander kamp gaan kamperen dan bij Max!"

Hij vindt dat praten altijd een probaat middel, om z'n zenuwen de baas te blijven; hier heeft hij er wel extra behoefte aan, want hij beseft heel goed: als de eerste slag niet meteen dodelijk is, kon het voor hem wel eens dodelijk worden! Maar komaan, als hij maar kalm blijft en kalm toeslaat, loopt alles goed af: 't is toch ook brutaal

Sluiten