Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Prince begreep, wat er in de jongens omging en zijn stem werd ongewoon hartelijk, toen hij vervolgde: „Ik ben maar een eenvoudige, domme Indiaan, maar één ding heeft het leven me geleerd: Vriendschap, echte belangeloze vriendschap toont zich meer in sterkte en hardheid dan in week toegeven aan gevoel van het ogenblik. Ik zal doen, wat ik kan, om voor Freddy de eerste tij d niet te zwaar te maken; toont jullie je nou echte vrienden en ga naar de stad zonder hem."

Ondertussen waren ze bij hun hut gekomen; Prince liet hen alleen, toen Freddy naar buiten kwam. Met z'n drieën gingen ze de hut binnen en in 'n paar woorden vertelden ze hem, wat Prince gezegd had. Freddy bleef er heel kalm onder: „Goed, dan blijf ik hier! Nou moeten jullie je zeker klaar maken; gauw maar; ik zal vast de hangmatten en wat eten voor jullie naar de boot brengen." Weg was hij.

Max en Ro keken elkaar eens aan en hadden dezelfde gedachte: tot het laatste ogenblik was het: jullie, jullie en nog eens jullie!......

Terwijl ze een bad namen en hun Zondagse kleren aantrokken, tobden ze allebei over hetzelfde: Wat zal Freddy het hier stil hebben, vooral na de drukte van de laatste dagen!

Maar Prince had woord gehouden! Terwijl ze naar de oever gingen, voegde hij zich bij hen en zei eenvoudig: „Morgen gaan de mannen een week lang op jacht; ik heb den kapitein gevraagd, of Cornelis en Freddy mee mogen; eigenlijk zijn ze nog te jong, maar voor deze keer heeft de kapitein het goed gevonden. Als we weer thuis zijn, gaan we naar Nickerie, om m'n vrouw en de kinderen te halen. En de kapitein heeft ook gezegd: als Max en Ro het volgend jaar de droge tijd op Wayombo willen doorbrengen, zijn ze hartelijk welkom!"

Max en Ro straalden; dat was fijn! Freddy, die het ergste verdriet over zich kon laten komen, zonder te huilen, kreeg het nu weer te kwaad met z'n tranen: Wat waren de mensen toch goed voor hem! Waar had hij die goedheid toch aan verdiend? Hij was toch maar een gewoon, dom Indiaantje!......

Heel het kamp stond aan de oever en wuifde ten afscheid, tot de barkas om de bocht verdwenen was; Max en Ro schreeuwden tot het laatste ogenblik: „Dag Freddy, tot ziens, hoor!"

En toen, ja, ze waren grote jongens en Freddy was „maar een gewoon, dom Indiaantje"; waarom schaamden ze zich dan helemaal

Sluiten