Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEGENDE HOOFDSTUK

/ Van weerzien en scheiden

De motorist had goed gezien; 't was zo rustig bij de Punt, dat de jongens er niet eens wakker van werden. De dokter wel, maar na een uur voeren ze de Saramacca op en kon hij zijn onderbroken slaap weer voortzetten.

De eerste zonnestralen maakten hem wakker; hij genoot van het heerlijke schouwspel, dat de rivier bood en vond het jammer, als de jongens dit zouden missen. Hij wekte hen en had de voldoening, dat ze hem er allebei dankbaar voor waren. Zelfs Max meende genoeg geslapen te hebben, had zelfs eerder wakker willen zijn, om Groningen te kunnen zien. Daar waren ze echter al voorbij en zouden volgens den motorist binnen een uur bij Uitkijk zijn.

Dokter Hanumansingh had een klein kooktoestelletje bij zich, zette thee en nodigde de jongens uit, met hem te ontbijten. Onder eten, kijken en praten was het uur gauw om; de jongens begonnen Zenuwachtig te worden, naarmate het einde der reis naderde.

Het eerste, wat ze van Uitkijk zagen, was een kerktorentje en spoedig lagen ze voor de sluizen. De dokter ging het huisje van de politiepost binnen, om te telefoneren naar het hospitaal; de zieken hadden de reis goed doorstaan en er hoefde maar voor vier patienten een brancard aan de steiger te zijn; de anderen konden wel lopen.

Juist toen hij wilde afbellen, hoorde hij een paar andere stemmen in het kantoortje van het hospitaal en werd hem gevraagd: „Wacht U even, dokter, d'r is nog een boodschap, geloof ik."

Een verward geluid van stemmen en dan klonk het: „Hallo, dokter! Er komt juist iemand binnen en die vraagt, of er ook een Javaanse jongen aan boord is; niet bij de zieken, maar een gewone?"

„Jawel, Max Suratno met zijn vriend, 'n Creoolse jongen; die maken het ook allebei heel goed."

Volgde weer wat onverstaanbaars en toen: „Dokter, de moeder van dien jongen laat vragen, of U hem Zeggen wilt, dat ze hem komt afhalen aan de steiger."

Jong Suriname op avontuur. 15

Sluiten