Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan denken, dat haar Peter spoorloos verdwenen was. Ze zou om hem huilen en een kaars opsteken bij Maria. En al die tijd zou Peter op de stenen van het plaatsje liggen, want van dit nietsdoen werd hij zo moe, dat hij vast geen hele nacht zou kunnen blijven zitten. Het was best mogelijk, dat er ratten op het plaatsje kwamen gedurende de nacht. In de missie aten de ratten de tenen van de kinderen op. Peter had alleen gymschoentjes aan; hij was er zeker van, dat ratten daar gemakkelijk doorheen konden bijten.

Kwart over zessen, zong de muzikale klok.

Tot zo lang had Peter altijd nog wat geraas gehoord van kinderen in de straat. Maar nu was het stil geworden en hij begreep, dat ze allemaal waren gaan eten. Klok, klok, klok, zei zijn gezonde jongensmaag; het was niet om uit te staan. Nog eens probeerde hij, of hij geen gehoor kon krijgen. Hij riep heel hard: ,,Ik zit hier, ik zit hier." Tegelijk gooide hij zichzelf met volle kracht tegen die harde, onwrikbare deur.

Het leek, of hij opeens een reus geworden was, die poorten uit hun hengsels kon lichten, want de deur sloeg met een vaart open en Peter tuimelde het halfdonkere pakhuis binnen.

„Alle Mozes," riep een harde, blije stem. Iemand gaf hem een duw, zodat hij weer achteruit tolde naar het plaatsje.

„Zeg, wie ben jij ?" vroeg de stem. „En wat doe je op onze binnenplaats? Heeft Jan je daar opgesloten? Wat lollig, dat ik je vind!"

Peter zag, dat een meisje van zijn eigen grootte hem had verlost. Hij stond nog een ogenblik te hijgen van schrik en van verrassing. Onderwijl nam hij het meisje eens op. Hij vond, dat ze er fijn uitzag. Ze had een zwarte jurk aan, die van boven tot onder versierd was met rose bloemetjes.

Sluiten