Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„We konden naar het rietland gaan. Daar zit een massa vis, zegt mijn oom."

Het rietland was zeker het heerlijkste speelterrein voor de kinderen uit de stad; Peter was er dikwijls hele Woensdagmiddagen geweest en zo heel vroeg in de morgen, als er nog geen andere jongens waren, moest het er wel dubbel fijn wezen. Net of je de koning was van al het land. Haast maakte Peter een luchtsprong van plezier. Maar juist intijds zag hij in, dat hij nooit verlof zou krijgen van zijn moeder om er zo vroeg op uit te trekken; de vacantiedagen waren haar toch al lang genoeg. Daarbij was moeder helemaal niet voor de rietlanden. Ze had zo'n afschrik van de natte schoenen en de beslijkte kousen, die onvermijdelijk mee terugkwamen van dat heerlijke soppige veld.

„Misschien wil mijn vader wel, dat ik met hem mee naar de veiling ga," zei hij op een grote-mannen-toon. „En zaken gaan voor, dat begrijp je!"

Peter was eens in zijn leven met vader mee naar de veiling geweest. Hij had er zich den koning te rijk gevoeld en hij begreep niet, hoe vader later kon verklaren, meer dan genoeg te hebben gehad van dat lastige ventje.

„Ga je graag naar de veiling ?" vroeg Fien.

„Nogal," antwoordde Peter wat uit de hoogte. ,,'s Avonds lijkt het een heel pretje, maar 's morgens blijf ik altijd weer liever in mijn bed liggen."

In de Dirklangedwarsstraat was het nog stil, omdat de meeste kinderen nog niet klaar waren met eten. Bijna ongezien waren Peter en Fien bij de kelder voor verse groenten en fruit gekomen. Peter was blij, dat hij thuis was. Hij wou nu wel weer van Fien af.

„Dag!" zei hij. De klok sloeg half zeven en Peter rolde bijna de treden van de kelder af. Iedere minuut

Sluiten