Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewonnen was er één. Misschien had moeder hem nog niet gemist.

„Zullen we morgenochtend ?" nep Fien hem nog na.

Peter deed, of hij haar niet hoorde. Hij wilde vast niet bekennen, dat hij morgen wel van armoe zou moeten slapen!

Behalve Peter waren er nog zes andere kleine Van Dongens en het zou daarom niets gek geweest zijn, als moeder haar zoontje niet had gemist. Ook zonder hem was er leven genoeg in huis. Het geschreeuw, waarmee hij begroet werd, toen hij de kamer binnenkwam, kon wel uit twaalf kelen zijn gekomen in plaats van uit zes! Peter grinnikte eens vriendelijk naar zijn broertjes en zusjes en keek onderwijl haastig rond, of er nog wat over was van de avondboterhammen. Ja, daar lag zijn stapeltje en tussen het tarwebrood piepte een goudgeel randje kaas naar

buiten. .. ...

„Ik val dood van de honger," verklaarde hij, terwijl

hij een stoel aanschoof.

Lien, het oudste zusje, bleef maar schel schreeuwen:

„Moeder, hij is er!"

„Hou toch je mond!" snauwde Peter.

Moeder kwam haastig uit de keuken gelopen.

„Peter, kind, waar heb je al die tijd gezeten ?" vroeg ze.

Peter dacht een ogenblik na. Het is wel treurig om t te zeggen, maar hij jokte nog al eens. Nu echter besloot hij de waarheid te vertellen. _ j >»

„Bij Brans op het binnenplaatsje, moeder.

„Wat heb je daar in 's hemelsnaam al die tijd gedaan ?

„Boontjes uitgezocht, moeder.'

„Wel heb ik van mijn leven! Wanneer zoek je voor mij eens twee uur achter elkaar iets uit? En hoe kwam je

Sluiten