Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon hem niet wakker houden. Toen zijn broertjes en zusjes naar bed gingen, maakten zij een vreselijk leven boven zijn hoofd. Hij hoorde het niet. Zijn vader sloot, met een plof en een boem, de luiken en de deur van de winkel. Hij werd er niet wakker van. En toen heel laat in de avond alles in huis rustig was, kon je beneden heel duidelijk het ademhalen van Peter horen mét het tikken van de klok in de gang.

Toen Peter wakker werd, zag hij weer dat streepje licht van de gang. Maar nu had het de gele kleur van electrisch licht en het was vreemd stil rondom zijn kamertje. Hij rees omhoog en leunde op zijn ellebogen om door de kier van de deur te kunnen kijken. Daar kwam zijn moeder, heel zachtjes op haar pantoffels. Vader volgde haar. Hij had zijn blauwe katoenen kiel aan en hij was op zijn sokken, wat voor Peter betekende, dat hij dadelijk op zijn klompen uit zou gaan. Waarom ? dacht Peter, zo midden in de nacht ? En daar opeens drong het tot hem door, dat het nu vijf uur in de morgen was en dat vader zich klaar maakte om naar de veiling te gaan. Hij werd er klaar wakker van en sperde zijn ogen wijd open.

Wat een bof, dat hij wakker was, nu kon hij méé. Hij had een gevoel, of hij dagen lang geslapen had. Ja, zo wakker was hij, dat hij geloofde, de hele vacantie niet meer te hoeven slapen. Klok, klok, klok, deed het in zijn maag. Ai, dat herinnerde hem eraan, dat er gisteravond iets bizonders was geweest. Hij had niet gegeten! En zijn vader was boos op hem! Hij zou hem heus niet meenemen naar de veiling.

Met een zucht ging Peter maar weer liggen. Hij zou maar wachten, tot de broertjes en zusjes beneden kwamen. O, o, maar wat had hij een honger! Hij kon het niet

Sluiten