Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in ieder geval zouden die krabbelpootjes geduchte vuile vlekken geven. Maar daar kon ze zich nu niet aan storen. Haar nieuwe vriendje had haar gevraagd, het diertje te verstoppen en ze zou het doen. Ze dacht, dat Peter de hond niet mee naar huis wilde nemen, omdat zijn moeder niet van dieren hield. Fien d'r moeder hield ook niet van dieren. Een poes wilde ze helemaal niet hebben. De hond mocht nooit verder komen dan de binnenplaats. En toen Fien laatst van het rietland een paar heerlijke kikkers meegebracht had, gilde moeder: „O, ga weg met die vieze dieren!" Kikkers, die zó uit de sloot kwamen. Fien was heel verontwaardigd geweest. Ze glommen van zindelijkheid, haar langpotige vrienden!

Zolang Fien nog in de Dirklangedwarsstraat was, dacht ze alleen maar aan het hondje en aan de kinderen om haar heen. Ze was bang, dat die naar haar toe zouden komen en haar zouden plagen. Anders was ze zo benauwd niet voor plagen. O, neen, als het haar niet zinde, sloeg ze er boven op en ze kon wat goed vechten. Maar met het hondje in haar armen zou ze zich niet kunnen verweren.

Gelukkig letten de kinderen niet op haar. Ze waren allemaal te hoop gelopen om Freek van den schoenmaker. Ze riepen: „Ha, Freek! Zit het fijn, Freek? Moet ik je eens rijden, Freek?" En toen Freek trots liet zien, dat hij het wagentje zelf vooruit kon duwen, vroegen ze meteen, of ze eens om het hardst mochten doen: Freek met zijn wielen wagentje tegen hun vlugge, sterke benen op! Magere, ziekelijke Freek met zijn wit huiskleurtje glom nu van plezier. Hij voelde zich een echte jongen. Het was maar goed, dat de schoenmaker zelf een oogje in het zeil hield, anders was het er dadelijk wild van langs gegaan met het prachtige geschenk van de liefdadige dames! Nu joeg de schoenmaker de meeste kinderen weg. Ze draafden de

Sluiten