Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had ze gevraagd. Ze wou zo dolgraag eens naar beneden, dwars door al dat groen heen. En ze wou zo graag eens zo'n heel oud huisje zien! „Jakkes neen," had Letta gezegd. „Daar zitten vast muizen!"

Fien was niet bang van muizen. Als ze groot was en een eigen huis had, zou ze witte muizen houden in een kooi, die er net eender uitzag als een huis in het klein. In de ramen zouden echte glazen ruiten zitten en daardoor zou ze hele avonden naar het spel van haar muizen zitten turen. Zo'n kooi had ze eens gezien in het uitstalraam van een winkeltje in een nauwe steeg, waar ze ook zo maar eens was gaan kijken.

Ze zou nu dit kleine hondje bij de muizen van het onbewoonbaar verklaarde huis brengen. Dan was het in ieder geval niet alleen, als ze terugging naar Peter om hem te vertellen, waar hij het vinden kon!

Ze begon nu te draven. Ze kneep het hondje zo vast in haar arm, dat het jankte. „Wacht maar, wacht maar," troostte ze. „Straks mag je op de muizenjacht. O, wat zul je dan lopen. Wat zul je een plezier hebben met al die grappige muizen." Ze moest aan een verhaal denken, dat ze eens had gelezen over 'n muizenland, waar een muizenkoning regeerde, die een heel leger van muizen had. Het moest toch wel griezelig zijn om zo'n heel leger van muizen te ontmoeten!

Toen ze voorzichtig naar beneden klom langs het groen van de wallen, vond ze, dat het er nu wel wat op leek of ze door de donkere berg heenkroop, die de weg naar het muizenland versperde. Ze maakte zichzelf heerlijk bang. Ze huiverde, toen ze ten laatste bij de onbewoonbaar verklaarde huisjes stond. Het was daar beneden werkelijk halfdonker, de zomerzon had er misschien niet meer geschenen sedert die wallen waren opgeworpen. En koud

Sluiten