Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dichtbij iemand anders naar omlaag ging. Ze werd even echt bang. Ze ademde op, toen ze weer boven op de weg stond. Daar scheen de zon. Er stoof een vrachtauto langs. O, wat was haar schort verschrikkelijk vuil; ze zou wel een standje krijgen, als ze weer thuis kwam! Wel, thuis kwam ze vooreerst niet. Ze moest nog aan haar nieuwen vriend gaan vertellen, waar ze zijn hondje gelaten had.

Toen Peter zijn koffie met koek ophad, stapte hij met zijn handen in zijn zakken wijdbeens de gang door naar de groentekelder. Daar bleef hij in de deur een ogenblik naar de lucht staan kijken, juist zoals vader altijd deed, eer hij met Tony op pad ging. Alleen dacht hij aan geen wolken of zonneschijn. Hij dacht erover na, welke kant Fien uit zou zijn gegaan met het hondje. Als ze het mee naar huis genomen had, was hij de pisang. Hij durfde die winkel niet zo maar binnen te stappen om naar haar te vragen! Zijn geweten wist hem nog iets te vertellen over bonen, die uit een zak waren, en over een deur op een binnenplaats! Goede hemel, als die knecht daar hem te pakken kreeg, zou er wat voor hem opzitten! Zou hij de gracht op lopen en dan daar aan de waterkant wat gaan fluiten ? Misschien kwam Fien dan naar buiten. Misschien — misschien.... Peter was alweer vergeten, hoe hij die ochtend met het hondje in zijn maag gezeten had en hij begreep van zichzelf niet meer, dat hij het aan zo'n meisje had meegegeven!

Daar kwam Joop Martens aangeslenterd. Als Joop het

hondje had gehad Maar Joop was geen jongen om

een hond aan te geven. Hij plaagde graag dieren. Als hij kon, gooide hij zelfs wel met stenen naar de goede oude Tony!

Joop bleef stilstaan, toen hij Peter daar in de deur zag.

„Hallo," groette hij, „weet je het al?"

Sluiten