Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik kijk zo maar eens," antwoordde Fien naar waarheid.

„Jouw schort mocht ook wel eens meegewassen worden," lachte toen de kostersvrouw. Fien kleurde ervan en ze maakte gauw haar schort los. „Mag ik even achter de kerk omlopen?" vroeg ze toen beleefd.

„Dat is goed," gaf die boze kostersvrouw toe. Als je maar een meisje bent, met een mooi jurkje aan en vlechten in je haar, dan mag je alles! „En kijk dan meteen, of er soms weer van die ondeugende jongens zijn," verzocht de vrouw. „Het is me net, of ik ze hoor, maar ik heb geen tijd om er naar toe te gaan."

„Dat zal ik doen," beloofde Fien grif. Ze liep zwaaiend met haar schort achterom.

Zo kwam ze de jongensvergadering storen, juist toen Peter verlegen zat om een antwoord. Ze zwaaide haar schort als een soort vredesvlag. „Hallo, hallo," riep ze, „Peter van Dongen!"

„Is dat een zusje van jóu?" vroeg Jaap de Zeeuw.

„Niks hoor, dat kind heeft mijn hond zolang voor me bewaard," gaf Peter verstoord ten antwoord. — Wat kwam die Fien nu hier doen ? vroeg hij zich af. En hoe durfde ze langs het hek te gaan!

Fien ging naast de jongens in het gras zitten. Ze vond nu eenmaal, dat ze bij Peter hoorde.

„Wat doen jullie hier?" vroeg ze. „Ik moet je wegjagen van de vrouw, die hier bij de kerk hoort."

„We laten ons wegjagen!" zei Brammetje minachtend.

„Dadelijk komt ze om de hoek kijken," voorspelde Fien. - :

„Waar heb je het hondje gelaten?" vroeg Peter.

„Jó, op zo'n fijn plekje!" Fien glom van plezier. Ze

Sluiten