Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Het huis heeft op stelten gestaan," zei ze. Ze proestte weer. „Op stelten! Gisteravond en de halve nacht."

Fien zag het huis al geheimzinnig omhoog gaan. Zouden de mensen er onderdoor hebben kunnen lopen ?

„Troeletje is weg!" O, dat gezicht van mevrouw de Ronde en de manier, waarop ze haar lippen krulde om het woord: Troeletje! Fien schaterde.

„Wieis Troeletje ook weer?"vroeg tante Fien onzeker.

„Ach, dat weetje wel! Het kleine hondje van mevrouw Baars."

Mevrouw de Ronde schudde haar hoofd eens.

„Ik houd ook wel van dieren," zei ze. „Een hond vind ik een erg aardig beest. Ik heb Fanny zeventien jaar gehad en ik wil er wel voor uitkomen, dat ik huilde, toen het arme dier was overreden. Maar dat heette Fanny en niet Troeletje! Fanny liep de hele dag door het huis. Als hij er zin in had, ging hij een eindje uit kuieren. Hij was goede maatjes met den slagersjongen en hij beet naar iederen vreemde, die aan de deur kwam. Hij was zijn kost waard. Hij waakte. Maar Troeletje!"

Weer schaterde Fien. „Ik wou, dat ik Troeletje eens gezien had," zei ze.

Mevrouw schudde energiek haar hoofd.

„Die was niet te zien. Die zat de hele dag precies midden op een zijden kussen. Als hij in de kamer op en neer liep, kreeg hij een vriendelijk standje. Ja, heel lief, hoor! Dan was het: „Maar, Troeletje, poeletje, pummeltje, moet jij zo heen en weer lopen ? Kun je niet rustig zitten bij de vrouw? Ooo, je maakt krasjes op je halsbandje. Kom maar, mijn schatje, ik heb het kussentje alweer opgeschud." Ja, daar werd je naar van, als je het hoorde. Maar ik geloof, dat ze het beest wel eens stiekum met een speld prikte, want het was als de dood zo bang van haar. Als ze maar

Sluiten