Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gestopt. De grote kattige meisjes, die anders altijd precies keken, wat de jongens deden, moesten meehelpen in de keuken met vatenwassen. Er waren wel jongens in de straat, die niet bij de groep hoorden. Maar zij keken niet zo erg uit naar wat de anderen deden. Ze hadden andere plannen in hun hoofd. Voor deze middag lagen alle plannen buiten de Dirklangedwarsstraat. De jongens verdwenen de een na den ander. En toen de eerste meisjes weer naar buiten kwamen, lag er de straat zo stil en zonnig, of het een schooldag was.

Wat genoot die Freek! Hij kon al handig met zijn karretje manoeuvreren. Bij de stoepen hielpen de jongens hem om strijd. Zo zijn jongens, ze willen allemaal wel helpen. Freek hotste van de stoep op de weg en van de weg op de stoep. Hij stuurde fijn van links naar rechts. Hij reed de steile houten ophaalbrug over en hij kwam op de Singel terecht, waar hij nog nooit geweest was. Hij zag de weidevelden, die hij alleen maar van een plaatje kende. O, wat was alles fijn!

En wat was het fijn op dat vrije land! Nog nooit had Freek zoveel jongens en meisjes bij elkaar gezien en toch was hij van dat wel wat gewend in zijn straat. Hier, op de stadsweide, de speelplaats van alle kinderen, krioelde het gewoon. Moeders met hele kleintjes waren er gekomen met hun breiwerk en hun stopmanden. Ze zaten langs de helling van de smalle dijk, die feitelijk het voetpad was. Ze praatten er met elkaar, terwijl ze naar hun kleine kinderen uitkeken. Ze zagen natuurlijk dien Freek langs gaan. „Och, wat een arm kereltje!" zo zeiden ze tegen elkaar.

Arm kereltje? Die Freek was helemaal geen arm kereltje! Er was geen jongen, die zo genoot als hij. Hij genoot van het vliegeren, dat andere jongens deden. Hij

Sluiten