Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Freek sperde zijn ogen wijd open. Voor geen geld wilde hij bekennen, dat hij doodmoe was van deze middag. Het is enkel honger, dacht hij. Je krijgt altijd honger van spelen. Dat krijgen alle jongens!

Ze kwamen de Dirklangedwarsstraat binnen. Acht jongens rond een ziekenwagentje! Pratend en fluitend en drukte-makend! Ze deden juist als de soldaten, die na een lange mars met muziek terug de stad in komen.

Wat is dat voor een gepraat daarbuiten? dachten de moeders. Zou er iets vernomen zijn van den verloren Freek?

Ze keken uit het raam en ze wisten niet, hoe hard ze naar buiten zouden hollen. Freek was er weer! Wie had Freek gevonden?

t Lijkt wel, of mijn Peter dat weer gedaan heeft, dacht Peter's moeder.

De jongens begrepen niets van al die drukte. Hier en daar verdween er al eens een haastig in huis, bang, dat hij zijn avondboterham zou missen.

Een klein meisje holde vooruit naar de schoenmakerij.

„Hij is er! Freek is er!" gilde ze.

Wat liep die schoenmaker op Freek af! Wat stonden zijn ogen groot en dreigend.

„Waar heb jij de hele middag gezeten?" vroeg hij.

„Ik? Op het vrije land, vader," zei Freek. „Ik heb met de jongens gespeeld!"

Daar kwam ook Freek's moeder aangehold. Haar hele gezicht was rood opgezet van het huilen. Ze huilde weer, toen ze Freek zo ongedeerd terugzag. Nu, het moet gezegd, dat de moeder van Freek altijd erg gauw huilde. En toch werd de schoenmaker nog bozer, toen hij die

Sluiten