Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te kijken. En geen van de zusjes was ook bij de hand.

Fien haalde uit de kast een van de oude rokken van Gerrie. Het was er zo een met wijde plooien. Toen Fien hem goed had vastgesjord om haar middel, hing hij bijna tot de grond. Bij iedere stap, die ze deed, voelde ze het goed achter op haar hielen. Ze deed er een oud katoenen bloesje bij aan. Daar haalde ze van gejaagdheid nog een scheur in. Ze maakte haar vlechten los en ze trok haar haren goed in de war. Neen maar, nu leek het al wat. Ze schoof het raam open en stak haar mooie schone handen in de stoffige goot. Zo, nu haar gezicht ook nog wat zwart gemaakt. Ze was een echt zigeunerkind. Misschien woonde ze wel bij vergissing hier in dit grote huis. De engeltjes konden haar wel verkeerd gebracht hebben, toen ze nog klein was.

Toen ze naar buiten liep, had Fien nog even een ongelukje. Ze kwam vader tegen.

,,Moet je weer door de achterdeur gaan ?" vroeg hij boos. Hij had niet graag, dat de kinderen achter kwamen, waar de bakfietsen stonden en waar de pakken klaar lagen, die bezorgd moesten worden.

„Hè, vader, wat geeft dat nou!" pruilde Fien. Vader keek gelukkig niet naar haar kleren. Verbeeld je, dat ze moeder eens tegengekomen was! Die zou dadelijk gezegd hebben: „Wat doe jij nu ? Mars, terug, en je eigen kleren weer aan!"

Peter stond al in de steeg. Hij gaf Fien een zak, die ze met een zwier over haar schouder gooide.

„Nu moeten we hard lopen," zei ze, „dat we mijn zusjes niet zien."

„Die zouden je niet eens kennen," beweerde Peter. Hij vond, dat Fien helemaal veranderd was, nu ze haar mooie jurkje niet meer aan had. Eigenlijk vond hij haar in

Sluiten