Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fien stapte in de maat. En in de zak van Peter was het kleine hondje van moeheid in slaap gevallen.

Ze waren juist vlak bij de kerk, toen het angelus begon te luiden.

,,Jö," schrok Fien. Wat was die ochtend omgevlogen !

„Twaalf uur," zei Peter benauwd. „Wij eten om twaalf uur."

„Wij om half een," zei Fien. „Geef mij de zak maar, dan zal ik Tommie wel voor een uurtje in ons huisje brengen."

„Komen we dan niet te laat bij de mevrouw?" Peter was ongerust over zijn vijfentwintig gulden.

„O neen! We kunnen toch niet om etenstijd komen. Dan laten ze ons niet binnen." Die Fien dacht toch maar aan een massa dingen, waar Peter geen erg in had. „Zullen we zeggen vanmiddag om twee uur ?" vroeg ze. „Ik ga boven aan het raam zitten. Als jij dan over de gracht gaat, moet je fluiten van Sari Marijs."

„Goed!" Peter wilde nu wel alles doen, wat Fien zei. Hij gaf zijn zak over en daar holde hij weg. Terug naar zijn moeder. Oei, oei, hij zou wel weer te laat zijn en dan kreeg hij weer brommen van zijn vader. Ja, feitelijk moest zijn vader hem een horloge geven, dan kon hij altijd op tijd wezen.

Fien sloop nu door steegjes en slopjes. Ze speelde, dat ze echt een arm kind was. Ze had haar zakken nog maar half vol gebedeld en ze was als de dood zo bang, om bij haar vader thuis te komen. Maar ze moest toch gaan. Want ze had toevallig gehoord, dat haar vader om half een met de wagen weg zou rijden. Misschien wilde hij haar wel achterlaten. Dat wou zij toch niet. Neen, neen! Het

Sluiten