Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar niet. Moeder was nog in de keuken. Er was geen knecht achter bij de poort. Ze kwam ongezien op haar kamertje. Daar hing haar jurk netjes aan een stokje. Wie zou dat gedaan hebben ? Moeder? Oe-joei! Fien dacht er maar niet te lang over na. Ze trapte de oude kleren uit. Ze waste zich boven de wastafel, dat het spetterde. Ze borstelde haar haren uit als een echte jongedame. Ze had een vol kwartier nodig om zich aan te kleden. Maar toen kwam ze ook zó netjes beneden, dat moeder zei: „Kijk, kijk, we gaan aan onze Fien toch winnen!

Toen Peter de Dirklangedwarsstraat binnen kwam, was er feitelijk niet zoveel bizonders aan hem te zien. Zijn zak was hij immers kwijt! En vuil en warm zag hij er alle vacantiedagen uit! Hij floot als een merel, dat kon hij nu eenmaal. Toch hield hij zijn hoofd wat rechter dan op andere dagen. Want hier liep een jongen, die voor zijn moeder vijfentwintig gulden had verdiend. Asjeblieft! Daar moet je zo min niet over denken! Peter liep, of hij die vijfentwintig gulden al in zijn zakdoek had geknoopt. Het kon niet anders: Joop Martens moest zien, dat hij

extra in zijn schik was.

Ja, dat nu juist Joop Martens daar in de straat stond! Daar leunde tegen het kozijn van zijn moeders raam! Daar keek naar Peter met zijn ogen van: „Wat maak jij weer een drukte!"

„Zie je wat aan mij?" vroeg Peter.

„Wat zou ik aan jou zien?"

„Nou, je kijkt anders....!" Peter spuwde eens op de grond. Hij spuwde zo ver voor zich uit, dat de spetter tot vlak voor Joop's voeten viel. Per ongeluk natuurlijk.

„Heb maar niet zo'n léf," zei Joop.

„Waarom zou ik geen léf hebben ? vroeg Peter. Hij

Sluiten