Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Je mag wel eens...." begon hij, toen hij de kamer binnen kwam. Dat zei zijn vader altijd, wanneer er eens iets niet in orde was: „Je mag wel eens hier — of daar— naar kijken."

Peter had willen zeggen: „Je mag wel eens in de keuken gaan kijken," maar de woorden stokten hem in de keel. Daar binnen in de kamer was het zo vreemd. De tafel was niet eens gedekt. Alle kinderen waren thuis en niemand zei er een woord. Zijn moeder zat met zijn jongste zusje op haar schoot. Ze streelde telkens en telkens weer haar haartjes. Moeder — ze huilde, heel stil en heel verdrietig, nog veel verdrietiger dan gisteravond. Peter

werd zo bang.

„Moeder, waar is vader i riep hij.

Nu huilde moeder nog veel harder. En alle zusjes huilden. Het was gewoon verschrikkelijk om daar bij te zijn.

„Ik mag toch wel weten, waar mijn vader is ?" riep Peter boos, toen hij zo heel geen antwoord kreeg. Hij deed, alsof die vader louter en alleen van hem was. En hij was toch ook

wel meer van hem dan van de zusjes! Een vader en 'n zoon, die hoorden toch bij elkaar.

Moeder — ze huilde, heel stil....

Sluiten