Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Toen kwam er een man naar vader toe," ging de kapelaan door, „en die had voor vader een extrakarweitje."

„De man met de bult," riep Peter uit.

„Heb jij dien gezien?" vroeg de kapelaan verrast.

„Toen we naar de veiling gingen," zei Peter trots. „Hij riep mijn vader in het hotel. En later ging hij een glaasje met hem drinken."

„Wanneer was dat, Peter ?" vroeg de kapelaan.

„Gisterochtend is de jongen nog met zijn vader naar de veiling geweest," zei moeder nu.

„Maar dat is prachtig!" De kapelaan wreef vergenoegd in zijn handen. „Dan zullen ze den vent ook wel gauw vinden. En dan komt je vader weer terug, Peter. Want hij heeft niets anders gedaan, dan gesmokkelde waren vervoeren, zelf heeft hij nooit gesmokkeld. Hij bracht de waren van de ene kant van de stad naar de andere. Vanmorgen schijnt iemand hem bezig gezien te hebben."

„Zo'n lelijke verraaier," zei Peter.

Toen stak hij opeens zijn neus in de lucht.

„Moeder, als je niet gauw in de keuken gaat kijken, verbrandt de hele boel," zei hij. „De stellen stoomden al, toen ik thuis kwam."

„Grote hemel!" Moeder zette met een vaartje het kleine zusje neer. Ze stoof naar de keuken.

„Als vader het ziet, zal hij mopperen," vertelde Peter aan den kapelaan.

„Peter," zei de kapelaan ernstig. „Zolang je vader nu niet terug is, moet jij bij moeder blijven. Je moet haar helpen, Peter. Beloof je me dat ?"

Peter knikte ernstig.

„Ja, ik ben nu de enige man in huis," zei hij.

Sluiten