Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tante Fien gaf handen. Aan moeder, aan tante Cor, aan Sophietje en Alida en het laatste ook aan Fien.

„Wat zie jij er gezond uit," zei ze plagend. Ja, die Fien dacht natuurlijk aan de ochtend, aan tante Fien en aan haarzelf, met die malle zak op haar rug. En daarom kreeg ze zo'n kleur!

„Ik heb toch een verhaal te vertellen!" zei tante Fien, toen ze fijn in het lage stoeltje zat. „Een verhaal! Neen, daar zullen jullie om lachen."

„Moeder, mag ik weggaan?" vroeg Fien benauwd. Zij begreep wel, waar dat verhaal over zou gaan.

„Waarom?" vroeg moeder. „Schenk jij tante Fien maar eens netjes een glaasje limonade in."

„Vooral netjes," plaagde tante Fien. „En weggaan hoef je niet, hoor. Ik vind het niet aardig, als jij zo hard wegloopt voor je peettante. Je mag best meelachen om het verhaal."

Fien deed maar, of ze dat geplaag niet hoorde. Als die tante Fien eenmaal begon, wist ze niet van uitscheiden!

En terwijl Fien langzaam en secuur inschonk — zo'n paar vingers hoog limonade en de rest water begon tante Fien smakelijk te vertellen: „Jullie kent die oude dame toch wel, die bij mevrouw de Ronde op kamers woont ? Nu, haar hondje is weggelopen!"

„Och, dat zal dat mens erg vinden," zei tante Cor

meewarig.

„Eergisteravond is het weggelopen dank je wel, Fien, ik had niet gedacht, dat jij zo keurig wat voor me neer kon zetten — nu, en vanmorgen loop ik in de Acacialaan en wat zie ik daar? Troeletje!"

„Hoe heet dat beest?" vroeg moeder.

„Troeletje! Hij zat daar triomfantelijk voor het raam bij mijn vriendin, u weet wel, Jo Speer, die met ingenieur

Sluiten