Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XI. TANTE FIEN IN DIENST VAN SINT ANTONIUS

Op die Vest was het toch nooit druk. Dat moest Fien nog denken, terwijl ze daar liep. Het was er nu lang zo zonnig niet meer als 's middags. Ja, het leek over het geheel wel donkerder te worden. Er was bijna geen schaduw van de bomen meer op de weg. Het asfalt lag donkergrauw. En boven de weiden, aan de overkant van het kanaal, verzamelden zich dikke wolken. Misschien ging het wel gauw regenen.

Fien was toch te moe om hard te lopen. Ze voelde nu haar benen. Ai, en ze zwikte nog een keer. Had ze Peter bij zich gehad, dan zou ze al pratend haar moeheid wel vergeten hebben. Nu moest ze bij iedere stap denken: Wat heb ik vandaag al een einden gelopen! Eerst vanmorgen, en toen vanmiddag helemaal naar tante Cor heen en terug. En nu moet ik weer naar mevrouw de Ronde. Als ik zelf een fiets had, zou ik er in tien minuten zijn.

Ze had zelf geen fiets. Ze durfde ook niet die van de zusjes te gaan vragen. Ze wilde het ook feitelijk niet. Ze vond, dat ze een goed werk ging doen met Tommie naar zijn oude vrouw terug te brengen. En een goed werk moest goed lastig zijn. Dat had moeder haar geleerd. Hoe moeilijker het was, hoe meer verdiensten je ervan had.

Sluiten