Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die lachte. „Och, die Fien! Maak je om haar niet bang. Onkruid vergaat niet!"

„Maar je weet nooit, wat ze uithaalt," hield tante Fien vol.

„Wat? Maak jij je nu ook al ongerust?" vroeg vader. „Ik dacht, dat alleen moeders zo bang waren."

„Maar luister eens" — tante Fien keek van den een naar den ander — „ik zou werkelijk willen weten, met wat voor raren jongen of die Fien vanmorgen heeft rondgelopen. Het leek er wel een uit een woonwagen. Zij was dat kind met de zak op de rug, waarvan ik vanmiddag vertelde."

„Wat vertelde je vanmiddag?" Vader wilde nu alles precies weten.

„Waarom heb je ons niet meteen gewaarschuwd ?" zei hij boos tegen tante Fien. „Moeder zou haar niet de deur uit hebben laten gaan, als ze wist, dat Fien met zulke rare vrindjes omging."-

„Och, ik dacht dat het maar een kindergrap was," zei tante Fien beduusd.

Vader had er geen vrede mee.

„Ik moet er niet aan denken, dat dat kind ergens in een woonwagenkamp zit," zei hij boos. „Ik ben niet van plan om te wachten, totdat ze weer thuiskomt. Ik ga haar halen."

„Maar hoe moet je haar vinden ?" vroeg moeder.

„De politie is er ook nog," zei vader.

Hij schoot zijn jas aan en ging op weg.

Het gebeurde bepaald wel meer, dat angstige vaders op het politiebureau navraag kwamen doen naar verloren kinderen. De commissaris stelde vader dadelijk gerust. Er zou een politieagent uitgaan met een hond. Die zou precies nagaan, waar Fien geweest was. Zulke honden

Het avontuur van Fien en Peter - 10

Sluiten