Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat is er met het hondje ?" vroeg Peter.

„Als het nog is, waar Fien het gestopt heeft, kun je het nog naar Kanaalweg 17 brengen," antwoordde tante.

Peter begreep haar dadelijk. Zonder iets tegen zijn moeder te zeggen, stormde hij de deur uit.

„Wat heeft die jongen nu ?" vroeg moeder.

„Dat zal hij u dadelijk zelf wel vertellen," antwoordde tante.

„En wie is Fien?" vroeg moeder verder. „En...als ik het vragen mag: wie bent u zelf en hoe komt u hier ? Mijn Peter zei, dat Sint Antonius u gestuurd had, maar in de regel gaat dat niet zó."

Tante Fien lachte. En als tante Fien lachte, vond iedereen haar aardig. Met haar lachen maakte ze de kinderen op school aan het praten en door dit lachen won ze ook het vertrouwen van Peter's moeder. Binnen vijf minuten had die haar alles verteld van haar zorgen en angsten en moeilijkheden. Zo vele, vele weken had ze al getobd. Het huishouden was groot en kostte veel. De kinderen leken wel holle-bolle-gijzen. Altijd was er eten te kort. In de zaak werd er verkocht en niet verdiend. En dan waren er nog mensen, die niet eerlijk betaalden.

Tante Fien vond alles mee verschrikkelijk. Ze was blij, dat ze ten minste wat voor Peter's moeder had meegebracht.

„En nu heeft mijn man nog politiezaken óók!" Peter's moeder huilde weer. Ze bleef het maar erg vinden, dat vader een hele dag op het politiebureau had gezeten.

Ook daar moest tante Fien alles van horen. Ze liet zich op het laatst zelfs overhalen, om even mee binnen

Sluiten