Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goede God. Dat weet ik wel, want van tijdelijke zaken heb ik veel verstand. Maar alstublieft, laat deze mensen eens vóórgaan. Ze bidden zo hard. En er is daar een jongen, een zekere Peter. ..."

Moeder was niet verwonderd, dat Fien's vader de volgende dag de winkel in kwam gelopen en zo'n prachtig voorstel had te doen over een betrekking, en een huisje, en kruidenierswaren tegen inkoopsprijs! Ze wist, dat de heilige Antonius gezorgd had voor deze goede uitkomst. Ze zei maar telkens tegen Peter's vader: „Dat moet je aannemen, hoor, dat moet je aannemen." Precies, alsof die vader dat anders niet zou gedaan hebben. Vader greep toe, met allebei zijn handen. Hij wilde nog wel eens van voren af aan beginnen.

„Van het kruideniersvak heb ik wel verstand," zei hij. „Mijn eigen vader had indertijd ook een kleine kruidenierswinkel.''

Door de Dirklangedwarsstraat ging het nieuws als een lopend vuurtje: Peter gaat weg.

Peter z'n vader en moeder gaan weg.

Peter z'n zes zusjes gaan weg.

De kelder voor groenten en vers fruit wordt opgeheven.

„In ieder geval gaan we niet vér verhuizen," zei Peter. „Als ik achter het pakhuis op de binnenplaats kom, kan ik de muur van ons oude huis zien."

Voor de rest van de vacantie kreeg Peter het verschrikkelijk druk. Hij leerde met vader samen het nieuwe vak aan. Al ging hij nog school, hij wilde er toch ook wat van weten! Hij hielp ook zijn moeder met het schoonmaken van het nieuwe huis. Vloeren boenen, dat kon hij beter dan zijn oudste zusje. Een jongen was altijd sterker,

Sluiten