Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Hè?

— Ja, en of!!

— Maar....

— Ik ken hem reuze goed! Waar is hij, ik moet hem zien!

— In het kamp.

— Ik heb hem niet gezien.

— Hij was naar de rivier om zijn paard te drenken.

— Hoeveel kost die os?

— Honderd dertig dollar.

— Mooi, die krijgt U terug.

— Ja, dat zegt U nu maar.

— Neen, geen sprake van. Ik zal er voor zorgen.

— Maar daar moet U me meer van vertellen.

— Later, ja, vertelt U me eerst eens wat anders.

— Wat dan?

— Hebt U die wagens nog laten verzetten, nadat ik weggegaan ben?

— Neen, daarom is die os nu gestolen.

— Aha, dus U bekent nu toch, dat het niet erg verstandig geweest is, om die wagens zoo te laten staan.

— Goed, dat beken ik, maar waar zijn nu die kerels?

— Binnen.

— Maar moeten we hen dan niet overvallen?

— Waarom?

— Om aan de politie over te geven.

— U denkt dus nog steeds, dat U ergens op de Leipziger Messe bent.

— Hoezoo?

— Omdat hier natuurlijk geen politie is; ja, er is wel een garnizoen, maar daar kun je maar niet iedereen naar toe brengen.

— Waarom niet?

— Omdat je dan eerst wel degelijk goede bewijzen moet hebben.

— Hebben we die dan niet?

— Neen, natuurlijk niet, want niemand heeft het gezien, dat zij die os gapten.

— Maar niemand anders kan het gedaan hebben.

— Dat weet ik ook wel, maar dat is nog geen bewijs voor den rechter.

— Wat wou U dan doen?

— Laat dat maar aan mij over.

— Wat gaat U dan nu doen?

— Ik ga eens rustig met U spreken.

— Goed, kom dan mee naar het kamp.

— Is daar die Schi-So?

— Ja.

— Dan ga ik mee, dien wil ik ook wel eens zien.

Sam wandelde nu met de mannen mee en werd intusschen aan hen voorgesteld.

Sluiten