Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

petroleum.

— Dan is er een wonder gebeurd, dan gaat het water tegenwoordig tegen den helling op.

— En toch is het zoo.

— Nou, maar dan zou ik die bron wel eens willen zien, hihihi.

— Dat kunt U zeer zeker, door met ons mee te gaan.

— U wilt mij dus naar Uw bron voeren?

— Ja.

— Dan moet ik U zeggen, dat het me steeds verdachter wordt.

— Wat zegt U nu?

— Ik mag immers zeggen wat ik wil, zoolang ik U niet direct persoonlijk beschuldig?

— O, zeker, zei Grinley zuurzoet.

— En U sprak over Droll en Frank, hebben die het geloofd?

— Neen, die zeiden hetzelfde als U.

— Poeh! Daar heb je het al.

— Wat?

Dat ik dan toch niet de eerste gek ben die er niets van wil aannemen. En het ergert U natuurlijk, dat ze het niet willen gelooven?

Och, dat kan me niet zooveel schelen, maar ze hebben dien bankier wantrouwig gemaakt, dus nu kan ik er wel eens naast zitten.

— Dus die bankier is aan het twijfelen geslagen.

— Ja, en juist daarom heb ik U gevraagd, of we met U mee mochten, dan kon hij tenminste niet denken, dat ik iets kwaads tegen hem in de zin heb.

— En weet hij er zelf al van?

— Neen, maar ik zal het hem onmiddellijk vertellen.

Nou, ik moet het eerst eens met mijn gezellen overleggen.

Maar, Sir, is dat dan noodig? Zie ik er dan zoo weinig vertrouwen wekkend uit?

— Neen, U ziet er niet wantrouw wekkend uit, maar vertrouwen wekkend ook niet.

— Dat is anders een openhartigheid, die geen beleefdheid meer is.

Dat is het ook, zoo ben ik altijd; beter dan vriendelijk in iemands gezicht en gemeen achter zijn rug te zijn.

— Dat is zoo, ja.

Dat laatste zei Grinley vrij vriendelijk, maar in zijn hart dacht hij er heel anders over.

— Maar wees maar gerust, de zaak is niet zoo belangrijk als U wel zoudt denken, want zoo gauw is Sam Hawkens niet bang voor zijn medereizigers. Ik kan U dus wel zeggen, dat U gerust mee kunt gaan.

— Dank U. Wanneer gaat U weg?

— Morgen vroeg, als ik mij niet vergis.

— Best, dus dan gaan we morgen met U mee.

Sluiten