Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kend naar de lucht keek.

Js er wat op komst? vroeg. Frank, die dat opmerkte.

— Nou, en wat leelijks ook, zei Sam.

Maar er is anders nog niets te zien.

— Ja, wel degelijk, kijk maar eens naar den horizon, dan zie je daar die gele streep, die naar boven toe wat rooder wordt. Dat zegt me, dat er regen te verwachten is en niet zoo n zuinig beetje ook.

Maar het regent hier immers bijna nooit?

— Juist, als het eens een keertje regent, dan plas je van

den weg af. .

Dan zitten we immers al lang en breed m het pueblo.

Dat is de vraag nog maar, want het duurt nog wel een

uur en die regen is misschien al eer hier.

En er is nog geen wolkje in de lucht.

— Let maar eens op.

Inderdaad, Sam had gelijk; hij was hier goed bekend en weldra was de kleur van den hemel zoo gek geworden, dat de Duitsche mannen, die van dit weer heelemaal geen verstand hadden, angstig aan Sam vroegen, wat dat beteekende.

— Dat wil zeggen, dat we zoo hard mogelijk moeten rijden, want dat we anders in een onweer geraken, waar we misschien

niet eens doorheen komen.

— Maar daar ligt het pueblo toch immers al.'

— Ja, dat zie ik ook, maar de regen is gauwer hier dan

jullie wel denken.

Nog waren ze er over aan het babbelen, toen de lucht al heelemaal zwart geworden was, terwijl de wind, die tevoren geheel was gaan liggen, plotseling op begon te steken, en wel met zoo'n kracht, dat men het geraden achtte, in galop over

te gaan. . ,

Op dien afstand konden zij onmogelijk zien, dat er op de bovenste verdieping van het pueblo twee blanke mannen stonden te praten met een roodhuid. Het waren Buttler en Polier, die het opperhoofd van het pueblo bepraat hadden het komende gezelschap vast te houden, zoodat zij gevoeglijk konden doen wat hen leek.

Dat opperhoofd heette Ka Maku, en was een dapper vredelievend, maar zeer hebzuchtig hoofdman. Die hebzucht van hem hadden die beide schurken weten te benutten want overigens was het opperhoofd geen vijand van de blanken, die

zijn pueblo aandeden.

Mooie beloften echter hadden hem doen beloven, dat hy allen die verwacht werden, gevangen zou nemen en dan den bankier en zijn boekhouder zou laten bevrijden door Gnnley, die dan natuurlijk ook vrij moest zijn.

Die belofte was niet gemakkelijk te volvoeren, want er waren zeer sluwe mannen bij ten eerste het Klaverblad en bovendien die Hobble-Frank met zijn neef Tante Droll. Die schenen

P

Sluiten