Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hoofdman naast het gat stond om hen nog een handje te helpen.

Dat er gedurende de rush naar het gat eenige Indianen waren bijgekomen, die naast den hoofdman waren gaan staan, dat had niemand in de gaten.

Toen allen er al lang in waren, kwamen de beide Arkansasmenschen pas aan en vochten tegen den wind in, om ook in het gat af te dalen. Maar de hoofdman beet hen toe:

— Vooruit jullie, hierheen.

Tegelijk werden de beide arme drommels, die zich zoowat doodschrokken, door een paar Indianen beetgegrepen en in een ander gat gestopt.

Voor zij er erg in hadden, werden die beide gebonden, met stevige riemen en aan handen en voeten en men liet hen alleen, in het pikdonker.

Dat was wat. Daar lagen ze nu gebonden en wel en wie weet wat er gebeuren zou met hen. Waarom werden zij van de rest afgescheiden en waarom had men hen gevangen gemaakt? Zouden die anderen net zoo leelijk behandeld worden en hoe zouden die beroemde prairiemannen zich daarbij gedragen?

Dergelijke vragen stelden de beide mannen zich en zij konden er maar geen antwoord op krijgen, want wat er heelemaal gebeurd was, wisten zij immers ternauwernood, daar het veel te gauw gegaan was, dan dat zij er iets van hadden kunnen begrijpen.

Trouwens, er iets van begrijpen deden de anderen er evenmin iets van.

Nadat de vrouwen en kinderen allen tegelijk in het gat waren neergelaten hadden zij zich afgevraagd, waar de mannen bleven, daar zij niet wisten, dat die hun paarden waren gaan wegbrengen. Vooral Mevrouw Rosalie had erg veel te mopperen over het gebrek aan gastvrijheid bij de Indianen en zij stond juist te beweren, dat zij voor geen geld van de wereld een Indiaan zou hebben willen trouwen, omdat die geen beleefdheid tegenover vrouwen kennen, toen er weer leven en beweging kwam boven hen en de mannen kwamen omlaag geklommen.

Hobble-Frank was de eerste. Verbaasd keek hij het hok rond, waarin zij neergelaten waren.

— Wat is dat nou voor een schandalig hok?

Hetzelfde had Mevrouw Rosalie zich al zooveel keeren afgevraagd, maar er was niet een, die een antwoord gaf.

Ook de anderen, die beneden kwamen, hadden het eerst iets te zeggen over de ruihte, waarin zij gehuisvest werden. Allen gingen zij op hun beurt de leege ruimte rond en allen hadden zij er iets hatelijks over te vertellen.

Alleen Schi-So had tot nu toe gezwegen. Hij had alle reden om te zwijgen, want er was reeds zooveel over gezegd, dat hij het met zijn Indianenlogica te veel vond om er nog iets over te zeggen. Maar er was iets anders, waarom hij zijn aandacht ergens anders voor noodig had. Hij was het laatste binnen

Sluiten