Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet sterven, zonder ons te wreken. De strijdbijl is opgegraven en alle witte honden, die in onze macht zijn, moeten sterven.

Weer wachtte hij om indruk te wekken. Even later:

— Morgen vroeg, zoodra de dag aanbreekt zullen de martelpalen weer hun dienst moeten doen en zal het smarteschreeuwen der bleeke nietelingen ver in de woestijn weerklinken. Zoo zal het geschieden, want Ka Maku het opperhoofd, heeft het gezegd

Na deze woorden steeg hij weer de ladder op, haalde dien op en sloeg het deksel dicht.

Zijn dreigement was den beiden door merg en been gegaan; huiverend lagen zij de vreeselijkste gedachten te verwerken.

Zij konden ook niet weten, dat het hoofd /an het pueblo slechts hun angst deed toenemen door onware bedreigingen, opdat zij later des te dankbaarder zouden zijn, jegens hun zoogenaamden redder.

Voorloopig had hij zijn doel volkomen bereikt: zoowel de bankier als de jonge man waren geheel verslagen. Zij zeiden geen woord meer tegen elkaar.

Juist waren zij bezig in uiterste wanhoop hun boeien in hun vleesch te trekken, zonder dat zij in staat waren, zich ook maar iets los te wringen, toen zij wederom geluid hoorden.

Er konden twee uur verloopen zijn, nadat Ka Maku hen verlaten had en weer schoof het deksel op.

— Pst! Pst! Mr. Rollins bent u beneden? hoorden zij op fluistertoon vragen.

— Ja, ja, riep deze naar boven, terwijl hij van louter vreugde, zijn stem wat uitzette.

— Sst! Zachtjes. Men mag ons niet hooren, want dan ben ik verloren. Is Mr. Baumgarten ook bij u?

— Ja, ik ook, antwoordde deze.

— Goddank! eindelijk heb ik jullie. Duizend doodsgevaren heb ik moeten trotseeren om het zoover te brengen. Ik kom jullie redden!

— Goddank! klonk het verzuchtend van beneden.

— Zijn jullie gewond?

Er klonk een lief-zachte bezorgdheid in zijn 'stem.

— Neen, gelukkig niet.

— Wacht even, ik zal een ladder nemen, die ligt hier.

— Hoe is het mogelijk, dat we nog op het laatste nippertje gered worden, verzuchtte de bankier.

— Ja, en als ik me niet vergis, dan was dat de petroleumkoning

— Ja, dat was Grinley. Ik heb het duidelijk gezien.

— Ja, het was zijn stem.

— Hij waagt zijn leven om ons te bevrijden.

— Dat valt me erg van hem mee.

— Nu zie je maar weer eens, hoe weinig je ervan op aan kan, wat menschen zeggen, die meestal nogal scherpzinnig zijn.

— Ja meneer, ik heb ook gedacht, dat hij een bedrieger was.

Sluiten