Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem de waarheid gezegd en zal mij weten te wreken.

— Gelijk gij wilt. Maar luister eens, wie zijn dat?

Er naderde paardengetrappel. Ka Maku, die steeds hoopte, dat zijn mannen nu zouden zijn uitgereden om hem te zoeken, werd bij het hooren hiervan blij te moede en hij riep, toen het paardengetrappel naderbij gekomen was, zoo hard hij kon:

— Hier ben ik, Ka Maku, dien gij zoekt!! Hierheen!!!!

De aangekomenen waren niet bepaald Indianen, want het waren Sam Hawkens, Dick Stone en Will Parker, die zoo snel mogelijk nader kwamen en Sam, die de woorden van Ka Maku gehoord had, zei geestig:

— Ik wil graag gelooven, dat je Ka Maku bent, maar dat is nu een zaak geworden voor Old Shatterhand om uit te maken, wat ermee gebeuren zal.

— Sam Hawkens! riep het opperhoofd uit, zichtbaar verbleekend.

— Dat ben ik, ja.

— Wilt gij nu nog steeds volhouden, dat er geen gevangenen in het pueblo waren. En heb ik geen gelijk gehad, toen ik zooeven zei, dat het voor Old Shatterhand en Winnetou een klein kunstje was, om de gevangenen te bevrijden?

Ka Maku zei niets, maar zijn oogen zeiden des te meer.

— Het valt niet mee, hè? Nu is de zaak omgekeerd. Nu bent u de gevangene en zijn wij de mannen, die uw leven in onze hand hebben.

Sam en zijn mannen namen nu de gevangenen op en zetten hen te paard, waarop ze werden vastgebonden.

Zoo gingen zij weer terug naar de anderen, die in de nabijheid van het pueblo wachtten. Wachten werden uitgezet en allen gingen nu slapen om den volgenden morgen weer frisch te kunnen zijn.

De zon was nog niet heelemaal boven de horizon, toen Winnetou en Old Shatterhand, die geen tijd verloren wilde laten gaan, daar zij nog op tijd wilden zijn om die twee mannen uit de klauwen van Griinley, cum suïs, te redden, naar Ka Maku stapten.

— Ka Maku ziet zeker wel, dat de gevangenen uit het pueblo allen vrij zijn?

De aangesprokene antwoordde niet.

— Meestal praat ik niet graag tegen stoelen of banken, Ka Maku, antwoord, anders doe ik het eens anders.

— Ja, ik zie het.

Ka Maku verslond hen met zijn oogen, maar daar gaf Old Shatterhand geen zier om.

— En dat zijn krijgers onze gevangenen zijn?

— Dat zie ik niet.

— Niet, dat valt me van een Indianen hoofdman tegen. Kan één van uw mannen uit het pueblo? Kan men water halen, beneden, waar het is? Kan men voedsel halen? Neen. Zijn dus die

Sluiten