Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Oh, dat is beter, ja, dat vind ik een goede maatregel.

— Mooi. Des te beter. Dan zullen we nu maar gaan slapen en de eerste wacht is voor den heer Baumgarten.

— Goed, vond deze.

— De tweede wacht is voor den bankier.

— Ja, zei die.

— En dan neem ik de wacht. Morgenochtend vroeg gaan de andere heeren vooruit en wij blijven nog rustig wat achter om hen te laten verkennen. Hooren we in den middag nog niets van hen, dan zijn we zeker, dat we veilig door kunnen rijden.

Daar had de bankier niets op te zeggen en men ging ter ruste.

Nadat de wacht van Mr. Rollins voorbij was, wekte hij Grinley en deze deed, alsof hij gewoon de wacht overnam. Maar na een paar minuten liep hij langs de beide slachtoffers en toen hij merkte, dat zij sliepen, riep hij Polier en Buttler wakker en samen gingen zij een eind verder, om een en ander te bespreken.

— Dus je weet nu, waar de plaats is, waar alles ligt?

— Ja.

— En ook ken je de plek, waar het gereedschap ligt en de vaten en zoo?

— Ja.

— Dan zullen jullie de rest ook wel kunnen vinden?

— Komt in orde.

— Mooi, dan rollen jullie die vaten tot vlak bij het water en laat de inhoud eruit loopen. Als ze leeg zijn, rollen jullie ze weer terug en dan gaan jullie maar eens lekkr uitslapen. Den volgenden morgen kom je terug en dan zullen wij ons, hier of daar wel weer ontmoeten.

Zij gingen en zoowel Baumgarten als Rollins waren zeer blij, dat er zoo goed voor hun veiligheid gezorgd werd.

Dien geheelen dag kwam natuurlijk niemand terug en de beide heeren wilden al doorrijden, doch daar wilde begrijpelijkerwijze Grinley niets van weten.

— We moeten hier wachten, anders kunnen zij niet weten, waar we gebleven zijn.

— Maar als hen nu iets overkomen is?

— Dan zien we het, want dan komen zij niet terug; maar als we mogenochtend op weg gaan, dan zien wij hen in ieder geval, want overdag kunnen wij immers aan hun sporen zien, dat zij overvallen geworden zijn?

Zoo werd dus afgesproken, dat zij den volgenden dag weer zouden verder gaan en toen dan ook nauwelijks de zon even boven den kim was, stonden alle drie reeds klaar om op te stijgen.

Het was tegen den middag, dat zij besloten even halt te houden bij een boom, die een heerlijke schaduw afwierp en die aan den rand van een diep dal stond.

— Wat een heerlijk.. riep Rollins uit.

— SSStttttüü kwam Grinley.

Sluiten