Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Baumgarten die vragen niet wilde vertellen.

Even later had hij blijkbaar iets bedacht, dat wel in zijn voordeel kon zijn, dus zei hij:

— Maar ge schijnt te vergeten, dat ik u uit het pueblo gered heb en dat ik nu met u de woestijn en de wildernis doorreis, zonder te weten of ik er wel een cent aan verdienen zal.

— Wanneer uw zaak een reëele zaak is, dan zult u het zeker niet voor niets hebben gedaan.

Nu werd het gesprek afgeleid door de komst van de beide „verkenners", die in de verte aankwamen.

Van verre riep Grinley hen al toe:

— En, hebben jullie het gevonden?

— Nou, en of!

— Nog geen vijandelijke Indianen ontdekt!

— Nergens een spoor van vijandschap te zien?!

— Hebben jullie de olie gezien?

— Allemachtig ja, wat een olie!! Nog nooit zooiets gezien.

Zij speelden hun rol uitstekend, zoodat tenslotte Rollins er door werd aangestoken. Hij was zoo uitbundig, dat hij Baumgarten een hand gaf en hem vroeg:

— En kerel, ben je nou niet blij, dat we er eindelijk zullen zijn en dat er geen gevaar in de lucht is? Hè? Nou?

— Ja, meneer, zei Baumgarten onwillig.

Hij was nog steeds niet vertrouwd met het idee, dat die Grinley een betrouwbaar mensch was en hij wilde aan den anderen kant ook niet, dat zijn meester het vertrouwen verloor, want dan had hij het later gedaan, en daar bedankte hij voor.

— Maar man, wat doe je er koel over, alsof het je heelemaal niet aangaat!

— Dat is niet, meneer, want u weet toch ook wel, dat ik uw zaken behartig, alsof ze de mijne waren.

— Dat denk ik ook niet; ik weet immers wel, dat jij voor mij werkt als geen ander. Maar je kunt toch niet weten, dat jij er mee mee te maken zult hebben dan tonutoe.

— Hoe dan? Ik ben toch

— Nu nog wel, maar ik ben niet van plan, mijn woning in Brownsville op te geven. Ik doe hier, wat er gedaan moet worden,

maar dan ben ik gauw weer terug.

— Zo°' ,

Ja, vriendje, dan moet ik een plaatsvervanger hebben,

die volkomen betrouwbaar is en aan wien ik alles kan overlaten.

— Zoo.

— En wie zal dat worden, denk je wel?

— Dat kan ik immers nu nog niet weten, meneer.

— Wat zou je ervan zeggen, als er eens een meneer Baumgarten was, die hier bedrijfsleider werd?

— Meent U dat, meneer?

— Ja, waarachtig meen ik dat!

— Maar maar dat is geweldig!

Sluiten