Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze wilde juist een aarzelend antwoord geven, toen Grinley snel zei:

— Ja, hoor eens, Mr. Rollinsc, als u nu nog langer aarzelt, dan zal ik me beleedigd gaan gevoelen.

— Maar....

— Lang heb ik geduld gehad met u, maar nu wordt het wel wat al te erg, want nu bent u er maar al te zeer van overtuigd en nu gaat u nog raad vragen aan Mr. Baumgarten.

— Nou ja

— Bent u ervan overtuigd, dat hier millioenen te verdienen zijn?

— Ja.

— Dan zullen we niet veel tijd verloren laten gaan, want elk oogenblik kunnen hier verkenners komen van Indianenstammen en dat wil ik niet voor dat bedragje riskeer en.

— Goed.

— Dus, waar is het papier?

Overbluft en verwezen haalde Rollins de papieren te voorschijn en hij was na een halve minuut eigenaar van het petroleum-meer, volgens het zooeven onderteekende contract.

— En nu, Mr. Rollins, nu bent u dus de eenige wettige eigenaar van deze plaats en heb ik u nog iets mede te deelen, want ik heb er nu toch niets meer aan. Er is hier een hol, dat u als schuilplaats voor Indianen goede diensten kan bewijzen.

— Een hol?

— Ja, een gewelf, dat erg naar petroleum riekt en dat wellicht de ingang vormt naar de bronnen der olielagen.

— Naar de.... willen we daar dan niet eens gaan kijken?

— Dat is goed, maar ze zijn, omdat ze geheime plaatsen zijn, natuurlijk verborgen.

Zij waren in dien tusschentijd aan het hol gekomen en de daarvoor liggende steeen werden al heel spoedig weggerold.

Rollins was er weg van. Hij bekeek alles, alsof hij zoojuist in een sprookjespaleis was aangekomen en nu bij het bekijken der grot hielp hij zelf de steeen weg te rollen.

— Baumgarten, help ook eens een handje mee!

Hij bukte zich en terwijl ook de boekhouder zich bukte, gaf Grinley zijn broer een wenk en meteen hieven beide hun geweren op.

Na den slag, die de hoofden van beide slachtoffers getroffen had, was er een moment van stilte en toen begonnen zij de beide lichamen te binden en weg te dragen naar binnen in het gat. Daarna werden weer de steenen ervoor gelegd en even later zaten de drie mannen den buit te verdeelen.

Nauwelijks zaten zij daar, of er kwamen acht Indianen aangeslopen. Het waren de Navajo's, die door den spion, die zijn beide broeders wilde wreken, erbij waren gehaald.

— Oef! fluisterde de oudste, mijn broeder zei, dat hier vijf bleekgezichten waren, en nu zijn er slechts drie; waar zijn die andere twee?

Sluiten