Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— En verder moet er allicht een beetje olie gemorst zijn, dus moeten we het aan den oeverrand kunnen ruiken.

— Oef! Mijn broeder heeft groot gelijk, wat jammer, dat Winnetou niet op die gedachte is kunnen komen.

— Dat is niet erg, want nu hebben we toch ons doel bereikt. Laten we onmiddellijk gaan zoeken.

Zij gingen naar het dichtstbijzijnde der beide plaatsen en allen gingen met de twee beroemde vrienden mee, want zij waren zeer nieuwsgierig, of de scherpzinnigheid van Old Shatterhand gelijk had gehad.

Een misschien drie meter breede strook zand liep hier van het water naar de rotsen.

Iedereen wilde nu doen, alsof hij er verstand van had en ging kijken, of de rand aan het water soms beschadigd was. Men vond echter niets, dat eenigszins verdacht kon zijn.

Old Shatterhand echter ging op den grond liggen en rook aandachtig aan den grond.

— Ja, dat ruikt hier naar petroleum! riep hy triomfantelijk.

Hij groef wat in den grond en ja, daaronder was veel meer

olie; om te verbergen, dat men hier olie gemorst had, was er wat slib en klei overheen gegooid.

— Hier zijn dus de vaten leeggegoten en dan zullen we daar verderop tegen de rotsen aan de plaats moeten zoeken, waar ze verborgen zijn.

— Laat kijken!! was het algemeen geroep.

Old Shatterhand volgde nu de strook grond en kwam bij een hoop steenen, zooals er zoovele in de buurt lagen.

Hij bleef op eenigen afstand ervan staan, keek er even naar en zei toen:

— Ja, hoor, we zijn er.

— Dus daar moet het gat zijn?

— Vast en zeker?

— Dat is heelemaal nog zoo zeker niet, zei Frank, die wilde laten weten, dat hij ook nog wel wat verstand had van de wildernis.

— Waarom niet?

— Waarom wel? Er kan nog zooveel tegenloopen.

— Nee, ik weet het heel zeker, zei Old Shatterhand met een wijs lachje.

Zoo, en hoe kunt u het dan zoo zeker weten?

— Kijk maar eens goed, dan zie je het zelf ook wel.

Frank tuurde ernaar, maar kon niets ontdekken, en ook de

anderen keken heel scherp; alleen Winnetou trok even met een knikje zijn wenkbrauwen op, ten teeken, dat hij iets in de gaten had.

— Dat is toch heel erg voor mannen zooals jullie zijn, zei nu Old Shatterhand, dat alleen Winnetou het moet zien en geen van jullie komt op de gedachte, dat zelfs de kleinste dingen van het grootste belang kunnen zijn.

— Nou, wat zie je? vroeg hij aan Hobble-Frank.

Sluiten