Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

luisterden als de nieuwelingen.

Zoo'n verhalenverteller was nu ook de Hobble-Frank, die al vaak met de twee jagers avonturen had meegemaakt.

Hij vertelde wel heel smakelijk, maar toch nogal erg omslachtig en overdreven en dat was juist iets voor den muzikalen organist, die waar het zijn helden betrof, niet genoeg kon overdrijven.

Midden in een verhaal stopte hij Frank, en vroeg hem:

— Dat zijn nou verhalen waar ik nooit genoeg van kan krygen! Maar ik wil eerst iets weten, en daar kun jij me mee helpen, wil je dat?

— Wat is dat dan?

— Een verzoek.

— Dat snap ik.

— Luister dan. Het is erg moeilijk.

— Goed. Kom op.

Hm, eh, heb jij Old Shatterhand of Winnetou wel eens

hooren zingen?

— Zingen?

— Ja.

— Nee.

— Dus ze kunnen niet zingen?

— Wat? Zeg eens, wil jij wel eens een beetje op je woorden letten? Die mannen kunnen alles, versta je? ALLES!!!

— Dus ook zingen?

— Natuurlijk, ook zingen. En goed ook.

— Heb je het wel eens gehoord?

— Néé!!!!

— Maar ze kunnen het, dus

— Nou?

— Zeg eens, Hobble-Frank, zou Old Shatterhand zou

hij.... voor mij willen zingen?

— Hè??

— wanneer ik het hem vriendelijk vroeg?

— Nou, dat geloof ik niet, hoor.

— Maar Winnetou dan?

— Die in elk geval niet. Hij kan alles, dus ook zingen en hij zal het wel zeer goed doen ook, denk ik, maar, als ik eerlijk tegen je ben, dan kan ik me Winnetou niet zingend voorstellen.

— Nee?

— Nee.

— Maar Indanen zingen toch ook?

— Ja, dat heb ik wel eens gehoord.

— En hoe klonk dat?

— Hoe dat klonk ?

— Ja, eenstemmig of meerstemmig en hoe

— Mensch, ben je wijs? Als er één zingt, dan is dat toch altijd eenstemmig?

— Ja.

Sluiten