Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Wat voor dienst?

— Ik heb gemerkt, dat jij er bij Old Shatterhand goed in staat.

— Wat zou dat?

— Zou je hem niet eens willen vragen, mij een paar strofen voor te zingen?

— Nee, brave, daar denk ik niet aan.

— Mij zou hij het weigeren, maar jou

— Ik brand mijn vingers liever niet. Vraag het zelf maar.

De organist zweeg verlegen. Weg was zijn hoop.

— Maar je praat maar over de muziek, alsof er geen tekst in een opera was. Heb je dan al een dichter daarvoor?

— Och, dat zal ik zelf maar eens trachten te doen.

— Trachten, dat is niet slecht. Maar waarom neem je geen dichter, die dichten kan?

— Die heb je niet voor het grijpen.

— Dat is zoo.

— Vooral hier in de wildernis niet.

— Hoho, je denkt toch niet, dat er hier geen dichters zijn?

— Dat denk ik.

— Dan vergis je je, jongen, dan ben je abuis.

— Is er dan een dichter, die ervoor geschikt is?

— Hahahaü! Wat een vraag! Er is een pracht van een dichter en niet zoo heel ver weg.

— Wie is het dan?

— Man, je kijkt er tegenaan!

— Is het Ben je Nee, heusch waar?

— Ik? Ik ben de beste dichter uit den heelen omtrek!

— Kun je dan dichten?

— Dat is echt weer wat voor jou! Natuurlijk kan ik dichten, en hoe!

— Ongelooflijk!

— Heelemaal niet ongelooflijk; ik kan alles. Dat zal vandaag of morgen wel tot je doordringen. Zeg maar eén woord en onmiddellijk zeg ik je er twintig rijmwoorden op.

— Maar een opera?

— In anderhalf uur dicht ik een heele opera bij elkaar.

— Hm, deed de Emeritus twijfelend.

— Geloof je het niet? Neem dan de proef op de som.

— Dat zou jou in je eer tasten.

— Nee, absoluut niet. Hoe kan de leeuw den musch iets kwaliik nemen. Doe het maar gerust. Zeg maar eens wat.

-Tja....

•— Toe, zeg nu maar, wat ik dichten moet.

— Nou, goed, dan zullen we eens probeeren; denk maar aan de eerste acte van mijn opera.

— Ja.

— Het gordijn gaat op, het tooneel stelt een oerwoud voor. Op den voorgrond ligt Winnetou, met den buik op den grond, om zijn vijanden te besluipen.

Sluiten