Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Slechts dit eene woord sprak hij uit, maar er klonk zoo'n verachting in zijn stem, dat het meer zei, dan een lange redevoering.

De hoofdman trok zijn wenkbrauwen woedend samen en richtte toen het woord tot Old Shatterhand:

— De blanke mannen zullen evenals het opperhoofd der Apachen moeten sterven; de strijdbijl is opgegraven en zij hebben ons willen dooden.

— Wie heeft dat gezegd? vroeg Old Shatterhand.

— Deze man.

— Die man spreekt een taal, die gij niet kunt verstaan; hoe hebt gij met hem kunnen spreken?

De hoofdman wees nu op Polier en zei:

— Door dezen man, die voor tolk heeft gefungeerd.

— Dan is die tolk een leugenaar en valschaard geweest. Gij weet, wie ik ben?

— Old Shatterhand, de beroemde jager.

— Dan weet ge ook wel, dat ik steeds een vriend der roode menschen geweest ben.

— Ja, dat weet ik, maar er is strijd gekomen tusschen rooden en bleekgezichten en nu is iedere blanke onze vijand.

— Ook zonder u beleedigd te hebben?

— "Ja.

— Goed, dan weten wij nu, waaraan wij toe zijn.

— Poeh!

— Kijk maar liever eens naar die drie bleekgezichten, die gij voor ons hebt gevangen genomen. Zij zijn leugenaars en bedriegers en zelfs zijn het ook moordenaars. Wij zijn in deze streek gekomen, alleen om hen te grijpen en aan de politie over te leveren, dus wanneer gij hen uitlevert, dan zullen wij weer in vrede van u heengaan, zonder vijand te zijn geweest; wij zijn vrienden der Nijora's.

— Oef!! Is Old Shatterhand plotseling een kind geworden, dat hij een wensch te kennen geeft, die wij niet vervullen kunnen? Gij wilt onze gevangenen hebben, maar weet Old Shatterhand dan nog niet, dat wij die gevangenen niet zullen uitleveren maar er onze gordels mee versieren?

— En weet Mokaschi nog niet, dat Old Shatterhand nooit zal blijven wenschen, maar integendeel zal nemen, wat hem geweigerd wordt?

— Bah! Old Shatterhand zal aan -den martelpaal sterven, want we zullen zien, hoe een beroemd jager aan den martelpaal der Nijora's weet te sterven. Er is geen hoofdman te vinden, die zulke gevangenen uitlevert! Trouwens, wanneer ik het zou doen, dan zoudt gij nog veel meer van ons verlangen.

— Wat dan?

— Gij zoudt dan ook de paarden en het beroemde toovergeweer en de zilverbuks en de berendooder en zooveel ander waardevol moois willen terughebben.

— Allicht.

Sluiten