Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een machtige fuguur, ook in figuurlijken zin, want hij kon en kan heden ten dage nog steeds een vijf duizend man op de been brengen, als het moet.

Naast hem zat.... een squaw; dat is een groote zeldzaamheid, want een squaw mag nooit en nooit bij een man zitten, buiten de tent, wanneer er krijgers in de buurt zijn. Wel in het dorp, maar niet in een legerplaats. Dat een hoofdman een vrouw naast zich heeft is een des te erger verschijnsel en dus moet het wel een heel bijzondere vrouw zijn.

Dat is het ook, want het is de Duitsche vrouw van de* hoofdman, de moeder van Schi-So. Zij had een zeer grooten invloed, niet alleen op haar echtgenoot, maar op den geheelen stam.

Bij den hoofdman met zijn vrouw stond een oude man, een blanke, maar aan zijn gelaatskleur kon men zien, dat hij jarenlang in de wildernis had geleefd en hij was dan ook bijna een Navajo geworden; ook wat betreft zijn scherpzinnigheid en zijn gewoonten. Hij was gekleed in een oud pak van leder, maar alles wees erop, dat hij niet de eerste de beste was, daar hij zeer goed bewapend was en bovendien een gezicht had, dat scherp geteekend was en een vorschenden blik had-

Deze man was Maitso, wat wolf beteekent en men kon begrijpen, dat hij Wolf, de oom van den jongen Wolf was, die nu in het gezelschap op weg erheen was. Zij spraken onderling in de Duitsche taal, dus dat was, omdat de vrouw ook een Duitsche was en de hoofdman deze taal goed geleerd had.

— Ik begin er nu ook een beetje erg in te krijgen, zei de oude Wolf, — dat die verkenners zoolang weg zijn en nog niets van zich hebben laten hooren.

— Er moet hun een ongeluk overkomen zijn, zei de vrouw.

— Daar ben ik niet bang voor, vond de hoofdman, — KaftiTine is de beste verkenner uit de heele stam en hij zal zich zeker niet laten snappen. Negen ervaren mannen heeft hij bij zich en ze zullen heusch niet allemaal in een val loopen.

— Maar wat kan er dan zijn?

— Ik denk, dat ze de Nijora's niet kunnen vinden en dat zij nu dus aan het zoeken zijn en dat zij zich verdeeld hebben om beter te kunnen zoeken en dat ze moeite hebben elkaar terug te vinden in dat groote gebied.

— Ik mag leiden, dat het zoo is. Dus dan ga ik nu maar en mag ik dan een paar man meenemen?

— Zooveel je wilt; wie op antelopen jaagt, moet genoeg mannen bij zich hebben om de dieren vermoeid te kunnen maken.

— Vaarwel, Nitsas-Ini!

— Vaarwel, Maitso!

De grijze man besteeg zijn paard en bij het verder rijden wees hij een paar mannen aan om mee te gaan. wat zij maar al te graag wilden, want op de antilopenjacht gaan deden zij veel liever, dan hier te liggen wachten totdat de vijand ko-

Sluiten