Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men zou.

De grijze reed met zijn Indianen weg en inderdaad gelukte het hen eenige antilopen neer te leggen.

Op den terugweg echter zag hij in de verte drie mannen aankomen. Hij was een groot menschenkenner en zag onmiddellijk, dat hun paarden door een zeer langen en inspannenden rit oververmoeid waren.

Toen de drie ruiters hem met zijn vele ruiters zagen, hielden zij hun paarden in en schenen te beraadslagen, daarna kwamen zij echer heelemaal naderbij.

— Goeden avond, heeren, groette Grinley, want hij was het ■met zijn beide andere ontvluchten.

— Goeden avond, groette Wolf rustig.

— U bent een blanke, dus mogen we veronderstellen, dat ge de •waarheid zeggen zult.

— En, vroeg Wolf, onmiddellijk dreigend.

— Kunt gij ons zeggen, tot welken stam die Indianen behoor en?

— Navajo's, was het korte antwoord.

— Wie is hun hoofdman?

— Nitsas-Ini.

— En U? Wie bent u? U kunt immers niet tot de Navajo's gerekend worden.

— Pshaw! Er zijn ook blanke Navajo's.

— Waar zijn die Navajo's nu?

— Ja, eh, waarom wilt u dat zoo graag weten?

— Omdat wij Nitsas-Ini willen opzoeken.

— Waarom?

— Omdat we een gewichtige boodschap voor hem hebben.

— Ach, en van wie?

— Van zijn verkenners.

— Verkenners? vroeg Wolf verbaasd, want hij was niet zoo gek, te laten merken, dat er verkenners uitgestuurd waren.

— Ja.

— Zoover ik weet, zijn er geen verkenners uitgestuurd.

— Toch hebben we een gewichtige boodschap van hen.

— Zoo.

— Ja, u kunt ons gerust vertrouwen.

— Goed, gestel het geval, dat we werkelijk verkenners uitgestuurd zouden hebben, denkt u dan, dat zij op de schitterende gedachte zouden zijn gekomen, om aan u een gewichtige boodschap mee te geven?

— Als het maar moet

— Wanneer zou het dan moeten?

— Als ze gevangen zijn.

— Dat is zoo. Zyn ze dat dan?

— Ja.

— Duivels, en door wien?

— Door de Nijora's.

— Waar?

Sluiten