Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Twee dagritten van hier.

— Waar.

— Bij de Chelly.

— Hoeveel man zijn het dan?

— Acht.

— 't Is jammer, maar dat klopt niet.

— Donders, wat bent u toch ongeloovig, ik weet ook wel, dat er tien geweest zijn, maar er zijn er twee afgemaakt.

— Afgemaakt? Hoor eens, mannetjes, neem je in acht; geen van jullie drieën heeft een gezicht, dat me bevalt. Wanneer je iets verteld, dat niet waar is, dan zijn jullie er nog niet mee klaar.

— U zult ons nog wel dankbaar zijn, dat we het nieuws gebracht hebben. Bent u misschien bekend bij Gloomy-Water?

— Ja.

— Nou, daar dichtbij is Kasti-Tine met nog een krijger door de Nijora's vermoord geworden.

— Allemachtig!!!! riep nu Wolf uit, die bij het hooren van dien naam nu wel overtuigd moest zijn.

— En de andere acht zijn gevangen genomen, evenals wy drieën.

— Donders, dat is erg.

— Het is erger, dat er nog anderen in hun handen geraakt zijn.

— Wie dan?

— Winnetou, Old Shatterhand....

— Wat? Ben je gek? Die ook?

— Ja, en nog meer.

— Wie dan óg meer?

— Schi-So, en een jongen man, die Adolf Wolf heet....

— Wat?? Heer in den hemel, dat is mijn neef! En Schi-So ook. Vlug, kom mee naar het opperhoofd!

Hij gaf zijn paard de sporen en rende voort naar het kamp, de anderen achter hem aan.

Polier, Buttler en Grinley moesten wapens hebben en nu overdachten zij onderwijl, wat zij moesten vertellen, om een geloofwaardig verhaal te leveren.

Buttler met zijn scherpen geest had al weer iets verzonnen: Winnetou en Old Shatterhand waren op den linker oever van de rivier, en zij werden door hen achtervolgd. Wanneer zij nu de Navajo's zoover konden krijgen, dat zij langs den rechteroever naar het vroegere kamp der Nijora's gingen, dan wisten z ezeker, dat zij hun achtervolgers misliepen; dat was een paar dagen winst, en misschien genoeg, om voorgoed uit de wrekende handen van Old Shatterhand te ontkomen.

Wolf bracht hen naar de tent van Nitsas-Ini en zei:

— Deze drie mannen ben ik tegengekomen en ze zeiden, dat ze een gewichtige boodschap voor je hadden.

— Een geoefend oog ziet reeds aan den bast, dat de boom niet deugt.

De Petroleumkoning 13*

Sluiten