Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheppen ervan had genomen, dus was het voor hem een eerezaak, er minstens drie te bemactigen.

In een onbewaakt oogenblik, toen er aan den anderen kant van de tafel iets te doen was, waarheen zich alle hoofden wendden, wist hij drie wolle scheppen snel achter elkaar in zijn mond te brengen en toen begon de strijd, achter het strakke masker van het Indianengezicht. Groen en geel werd het hem voor oogen, maar hij wist zich goed te houden en het duurde niet lang of ook bij hem schoten de tranen onweerstaanbaar uit de oogen.

Dat zag de jongste met heimelijk leedvermaak en hij vroeg:

— Waarom weent mijn oudere broeder?

Met veel moeite opende de oudste zijn gekwelden mond en antwoordde:

— Ik ween, omdat gij vijf jaar geleden niet mee-verzopen zijtf

Nu brak er onder de mannen een waar homerisch gelach uit,

want ze waren al in een vroolijke stemming en nu waren ze eenmaal aan het lachen en er kwam geen eind aan.

Vooral Frank zelf en Sam Hawkens sloegen zich op de dijen van het lachen.

Plotseling werd er een stem vernomen:

— Nou, nou, wat een herrie in een streek, waar de doodsvijanden op de loer liggen!

Dat was de stem van Nitsas-Ini, die nu met zijn mannen aangeloopen kwam. Hij had zijn squaw meegebracht, omdat er gezegd was geworden, dat er vrouwen bij het gezelschap waren. Zij was dan ook heel verbaasd, dat er nog meer reizigers waren. Dat haar zoon kwam, dat wisten zij en dat Adolf Wolf meekwam, hadden ze kunnen vermoeden. Maar dat er zooveel zouden meekomen, dat adden ze niet kunnen verwachten en de vrouw, die in al de jaren van haar leven in de wildernis geen andere Duitschers had gezien en-gesproken, dan Wolf en Old Shatterhand, was erg blij, dat zij nu eens met Duitsche vrouwen kon babbelen.

Toen Nitsas-Ini Sam Hawkens ontdekte, zei hij:

— Ha, daar zie ik Sam Hawkens het hardst van allen lachen; dan is er geen vijand in de buurt en geen gevaar aan de lucht.

Een algemee nandjes-drukken volgde er nu en de beide ouders waren dolblij van vreugde, dat hun zoon niet in gevangenscap van de Nijora's was, maar als uitverkorene van de beide beroemde prairiejagerse mee had mogen gaan.

— Mijn broeder moet mij eens precies vertellen, wat er gebeurd is, zei de hoofdman tegen Sam Hawkens, die maar al te graag aan het verzoek voldeed.

Toen de hoofdman geluisterd had en Sam klaar wa smet zijn verhaal, zei hy:

— Goed, morgen zal de straf komen voor de schandelijke wandaden der Nijora's. Zijn mijn blanke broeders bereid mij te helpen.

— Wij zijn uw vrienden en uw vijanden zijn onze vijanden.

Sluiten