Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bazing, terwijl de Navajo's een hoongehuil uitstietten.

De geweren op te nemen en op den vijand te richten, daar dachten de Nijora's niet aan, want het is een aloude wet in de prairie, dat wie bedreigt wordt door een vijandelijk geweer, zich niet mag verroeren, daar hij anders onmiddellijk een kogel in den kop verwachten kan.

Old Shatterhand stak nu zijn hand omhoog en onmiddellijk verstomde het gehuil.

— Waarom staat Mokaschi daar zoo dwaas te staren? Waarmo kijkt Mokaschi slechts één kant uit? Achter hem staan ook nog bezienswaardigheden.

Mokaschi keek om en al zijn krijgers, die met hun gezichten naar de rivier hadden gestaan, zagen nu iets dat de maat der verbazing bij hun deed overloopen. Zij waren reeds verbaasd geweest door de honderd Navajo's en mochten dus het ergste vreezen. Achter hen echter waren de resteerende vijfhonderd mannen verrezen en naderbij gesneld en nu de Nijora's omkeken stond er een dubbeldichte rij zwaar gewapende krijgers over de geheele breedte van de helling opgesteld, met hun geweermonden op het groepje Nijora's gericht.

Op slechts twintig meter afstand van hen stond de hoofdman die Mokaschi toeriep:

— Hier staan nog vijfhonderd krijgers der Navajo's en voor U aan den anderen kant nog eens honderd benevens die bleekgezichten die onoverwinnelijk heeten. Wil de hoofdman der Nijora's dat wij den strijd beginnen?

Nu huilden de Nijora's luid op, van schrik en woede. Maar hun lawaai werd verre overstemd door het vreugdegegil der Navajo's, die dubbel in aantal waren.

Old Shatterhand stak weer zijn hand op en onmiddellijk verstomde al het geluid. Met indrukwekkende stem zei hij nadrukkelijk:

— Nu vraag ik Mokaschi evenals Nitsas-Ini het hem gevraagd heeft: Zullen wij den strijd beginnen?

Even wachtte hij en ging toen veelbeteekenend door:

—• Meer dan zeshonderd kogels zullen de lichamen der Nijora's doorboren, zoodra hij het woord uitgesproken zal hebben, dat de vrede tusschen ons beide verstoord. Hoevelen van hen zouden dan overblijven om het tweede salvo af te wachten?

Mokaschi antwoordde niet direct. Hij dacht na, maar kon blijkbaar geen oplossing vinden.

— Wij zullen sterven, maar ieder van ons zal minstens één Navajo dooden.

Knarssetandend had hij dat gezegd en nu hij klaar was keek hij uitdagend om zich heen.

— Mokaschi kan immers zelf niet gelooven, wat hij zegt. Zoodra één van hen zijn geweer opheft, is hij reeds een lijk.

— Hoe weet gij alles, ellendeling?

— Tja, gij zijt zeker doof of blind geworden, dat ge niet weet, dat Winnetou en ik zelf in Uw kamp geweest zijn en alles, wat

Sluiten