Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn mond toch weer voorbij zong — pijnlijk zijn arm wreef na den venijnigen por van zijn buurman.

— Bravo! riep de onderwijzer van de derde klas, dat is zingen!

En zijn kinderen bedelden: „Mogen wij ook eens met de viool, meester?"

Hij liep met de kinderen achter zich aan het lokaal van de tweede klas binnen, waar Mia bezig was haar viool in den zijden lap te wikkelen.

— Kiek, ie geet in een zieden zaddoek, net as een karkboek, zei een kleine jongen met oogen, groot van ontzag.

— Ga eens op zij kinderen, vroeg Ruut en tot Mia: ,,Mag ik je even den onderwijzer van de derde klasse voorstellen — Meneer Bels—Juffrouw van Meerssen." Een grove, beenige hand uit een mouw zonder manchet werd Mia onmiddellijk toegestoken.

Ze kon niet anders dan haar hand in de zijne leggen. Zoo stevig was de handdruk, als namen zij op dat oogenblik na een jarenlange vriendschap afscheid voor hun leven en de groote vingers voelden stroef van krijt. Wat een vreeselijke man! Wat hoeft hij handen te schudden bij een eerste kennismaking!

— Vraag het eens, meester! smeekten de kinderen.

Ze hebben het zoo prachtig gevonden, vertelde hij, we hebben het nooit verder gebracht dan een accompagnement van een mond-harmonica. Ze zouden zoo graag ook eens bij de viool zingen, niet waar kinders? Er was een instemmend gemurmel, waarop Mia niet reageerde.

Sluiten