Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarvan moet ik verder uitdeelen in de wereld. Hij is altijd blij, als hij een mensch ontmoet, dat zooals hij zegt aan ,,'t uitdeelen" is, zonder dat hij zelf weet, dat hij geeft van zijn eigen innerlijk, stil geluk. Daaraan heeft de wereld zoo'n behoefte; vluchtige pret, die een wrangen nasmaak laat, is er te veel. Van jou zei hij: „Een door het lot verwend meisje, dat kan je haar dadelijk aanzien. Is het niet lief van haar, dat ze, terwijl ze zeker mooi viool spelen kan, hier zoo geduldig tot in den treure die simpele maten herhaalt, alleen uit liefde voor onze kinderen?"

Ze stonden stil voor Ruuts huis. Nu moest ze dadelijk afscheid nemen. Ruut mocht niet weten van haar verwarring, van haar schaamte ....

— Ik kan niet verder mee, Mia, 't is al half een en ik moet dadelijk weer terug.

— Wanneer .... wanneer is 't weer zangles of gymnastiek .... als ik je dan weer helpen mag?

— Kom morgen om elf uur, dan zingen we eerst even de versjes nog door en dan doen we gym. Je bent een schat! Terwijl ze snel wegreed, dacht ze: o, nee Ruut, ik ben een bekrompen, nesterig kind, ik ben hopeloos zelfzuchtig. Ik heb iemand met een groot en goed hart veroordeeld, omdat hij het eerst een hartelijke hand uitstak ....

Over het hekje van hun tuin hing de kippezwager met zijn echtgenoote; de vrouw rammelde met een blikken balletjesbus, een troepje schoolkinderen met dikke snoepwangen stond aan den buitenkant van het hekje. Ze vertelden met hooge stemmen een levendig verhaal

Sluiten