Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— D'r was een wiwitje .... begon Pietje.

— Ja, een gele knarie-wiwitje en de mevrouw deed een zaadje op haar mond, hier, verduidelijkte Polleke, met een krom vingertje midden in haar vochtig, rood mondje en dan zei ze: „lieve pietepietje" en dan gaf het knarie-wiwitje een zoentje op haar mond en hij was niks bang.

En al het eten heeft ie opgeëet van de mevrouw d'r gezicht.

— Vertel eens verder, smeekte Mia met glinsterende pret-oogen naar Lucie.

— D'r was ook een huisje en een kerkje en een .... een ....

— Ja> ja> juichte Polleke, d'r waren allemaal huisjes en molentjes en kerkjes en ze waren door zóó'n piep-dun pijpje van een flesch gegaan. Hoe kan dat nou?

Dat moet je maar eens vragen aan die mevrouw; heeft ze ook gezegd, dat je weer moest komen?

Ja, morgen en dan maggen we de knarie-wiwi ook van ons gezicht laten eten. Ik doe het niet, tante Lucie .... want als ie je bijt ....

— Hij heeft een pikmond, verzekerde Pietje, net een speld ....

D'r zou wel bloed uit je kunnen kommen, huiverde Polleke, als ie je daar mee prikte.

— Hij zou niet prikken, stelde Mia gerust; hij deed de mevrouw toch ook niets.

— Misschien, veronderstelde Polleke, omdat ze zoo'n hard gezicht heeft. En tante Lucie, ze dacht, dat jij onze moeke was.

Sluiten