Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik blijf vannacht bij je slapen, poes, en Pol gaat in mijn bed, is dat goed ?

— Ja, zei Pietje, dicht bij.

Zijn aanhankelijkheid verontrustte haar een beetje, maar hij sliep dadelijk in.

't Zal wat kou zijn, stelde ze zichzelf gerust, wat een ellendig weer is het geworden en ze keek door het gesloten raam naar de zwiepende takken, naar de felle regenstralen, die het uitzicht onmogelijk maakten, 's Avonds stond ze met Mia bij z'n bedje; hij hoestte zwaar in z'n slaap, kreunde even en sliep weer door. Hij heeft ook koorts, zei Lucie, ik houd hem morgen te bed.

Zoo'n stormnacht had Mia den heelen zomer nog niet meegemaakt. Ze luisterde lang naar den bulderenden wind rondom het Huuske, naar den regen, die telkens, als in een plotselingen val tegen de ramen sloeg. Ergens klepperde een luik, het piepte klagelijk op de scharnieren en van een boom vlak voor het huis brak een zware tak krakend af.

Ze dacht aan het prachtige koren, dat wel neerslaan zou, aan de groene appelen .... zou er één aan den boom blijven? De paarden waren gelukkig binnen, maar alle koeien waren in de wei .... hoe zouden ze dien nacht toch doorkomen zonder eenige beschutting? Ze wist niet, of ze sliep of wakker lag dien nacht, niet, waar de gedachten ophielden, waar de droomen begonnen. Maar ze zat plotseling rechtop. . . .

Er was een vreemd geluid geweest in huis, in Lucie's kamer. Nu was het er weer .... een benauwde hoest,

Sluiten