Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boven het goedmoediger geraas van het onstuimige, bulderende bosch.

Ik hoop, dat Lucie dit niet hoort, Lucie moet niet gaan luisteren. Ik ben in geen uur terug en een uur van wachten is zoo eindeloos lang.

Ze trapte met voorovergebogen hoofd tegen den sterken wind. Ze zag de koeien stil en dicht opeen staan in een hoek van het weiland, met de mistroostige koppen afgewend van den wind.

En het koren van de akkers boog zwaar door en hief zich weer. De wind sloeg diepe kuilen in dat rijpe goud en onmiddellijk stonden de halmen weer sterk en recht in afwachting van een nieuwen aanval. Het leek een moedige strijd op overwinning of ondergang. „Wat prachtig, wat prachtig!" vond Mia. In een oogenblik van stilte, toen ook het koren onberoerd stond, haalde ze diep adem, de krachtige zuivere nachtlucht stroomde door haar jonge lichaam.

O, te leven in een grootschen storm .... en een sterk mensch te zijn .... ik kan wel .... ik kan .... ik wil! .... riep ze hardop, toen met een nieuwen stoot haar fiets even stond.

Maar toen bekroop haar weer de angst om Piet j e. Hoe had ze hem kunnen vergeten in dat korte oogenblik? Als de dokter maarthuis is! Hij kan naar een patiënt zijn, den anderen kant van de hei op, hij zou uren kunnen uitblijven, Ik zoek zoolang, tot ik hem vind, besloot ze, hij zal toch wel een raad hebben .... wat een water! .... Ze fietste recht door een diepen plas, ze wist niet, waar ze reed; het water spatte tot haar voorhoofd, ze trok haar mutsdieper

Sluiten